College moet vaker de auto laten staan

De Haagse wethouders en burgemeester Jan van Zanen moeten het aantal korte ritjes met de dienstauto aan banden leggen. Een motie van de Haagse Stadspartij hierover werd op 20 januari 2022 door een raadsmeerderheid aangenomen. Uit de rittenstaten, waarin het gebruik van de dienstauto’s per wethouder wordt bijgehouden, blijkt dat het college zelf veel korte ritjes maakt. Daar moet paal en perk aan gesteld worden vindt de raad.

Een aanzienlijk deel van de auto’s in de stad legt minder dan vijf kilometer af. Dat zorgt ervoor dat de bereikbaarheid van de stad slechter wordt en daar wil het college wat aan doen. In de ‘Strategie mobiliteitstransitie’ heeft het college beschreven dat het autogebruik teruggedrongen moet worden en dat mensen zich meer lopend, met de fiets of het openbaar vervoer zullen gaan verplaatsen.

‘Het is bizar dat een groot deel van het college de dienstauto ook voor korte ritjes zo vaak gebruikt’, stelde Peter Bos van de Haagse Stadspartij. Hij vindt dat het college het goede voorbeeld moet geven. Zijn partijgenoot en woordvoerder Verkeer Joris Wijsmuller diende de motie in.

De motie werd met 22 stemmen voor en 19 tegen aangenomen. Het CDA, Hart voor Den Haag/Groep de Mos, de Islam Democraten, Nida en de VVD stemden tegen.

 

Motie: Geef het goede voorbeeld

Indiener: Joris Wijsmuller, Haagse Stadspartij

 

De gemeenteraad van Den Haag in vergadering bijeen op 20 januari 2022 ter bespreking van het voorstel van het college inzake Strategie mobiliteitstransitie Den Haag 2022-2040 (RIS310664).

 

Constaterende, dat:

  • 43% van het autoverkeer op Haagse wegen (excl. snelwegen) minder dan 5 kilometer aflegt;
  • Door het college van B&W veel gebruik wordt gemaakt van de dienstauto en de rittenstaat heel veel korte ritten in de stad laat zien.

 

Overwegende, dat:

  • Door het aanpassen van de infrastructuur, het verbeteren van de verkeersveiligheid en de inrichting van de openbare ruimte met prioriteit voor lopen en fietsen wordt nagestreefd om autoritten van minder dan 5 kilometer terug te brengen;
  • Onnodige korte verplaatsingen met de auto worden ontmoedigd worden door zowel
    alternatieven te stimuleren als (doorgaand)autoverkeer te weren door middel van een andere verkeerscirculatie.

 

Verzoekt het college:

  • Om het gebruik van de dienstauto te matigen en met name de hoeveelheid korte ritten aan banden te leggen.

 

En gaat over tot de orde van de dag.

 

Joris Wijsmuller

Haagse Stadspartij