Haagse Stadspartij stelt 59 vragen over bouwplan Vuurtorenweg

Het voormalige kantoor van Rijkswaterstaat naast de vuurtoren van Scheveningen wordt gesloopt en vervangen door een appartementencomplex waartegen al jaren wordt geprotesteerd door buurtbewoners. De gang van zaken leidde al eerder tot veel commotie op Scheveningen en in de raad. Een tussen de bewoners en de projectontwikkelaar Kondor Wessels bereikt compromis om minder hoog te bouwen werd vorig jaar getorpedeerd door het college, waarbij de gemeenteraad werd gepasseerd. De bewoners zijn inmiddels in beroep gegaan.

Peter Bos, raadslid van de Haagse Stadspartij, legt zich niet neer bij de gang van zaken en heeft maar liefst 59 schriftelijke vragen ingediend. Peter Bos: “Uit het dossier blijkt dat de lachende derde buiten schot blijft en dat is het Rijksvastgoedbedrijf. Ik wil weten wat de rol van deze overheidsinstelling is geweest bij de dubieuze gang van zaken. Het lijkt er op dat de hoogte van de verkoopopbrengst voor het Rijk leidend is geweest, waardoor het compromis geen schijn van kans maakte.”

Verder stelt Bos vragen over tal van andere zaken zoals:

-Het ontbreken van een collegebesluit over het afwijzen van het compromis
-Het doelbewust passeren van de raad ondanks dat hier afspraken over waren gemaakt
-Het ontbreken van talloze financiële zaken en risico’s in de nota van uitgangspunten
-De financiële consequenties van het bouwplan en het compromis
-Het misleiden van de raad door onterecht te schermen met claims door het college
-De bevoegdheid van de raad bij bestemmingsplanwijzigingen

Peter Bos: “Het is schandelijk hoe het college en het Rijk in deze kwestie hebben gehandeld. Maar ook de gemeenteraad moet hier van leren. De meerderheid van de raad heeft zich in de luren laten leggen door een valse voorstelling van zaken m.b.t. eventuele claims en kosten. De raad is het hoogste orgaan en heeft een eigen bevoegdheid als het gaat om het beoordelen van dit soort plannen. En dan zijn schadeclaims niet aan de orde.

Schriftelijke vragen: Vergunning Vuurtorenweg 35-37
Indiener: Peter Bos

Datum: 28 maart 2019

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 29 november 2018 verleende het college van B&W een vergunning strijdig gebruik m.b.t. het plan voor Vuurtorenweg 35-37. Hierover stel ik overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde de volgende schriftelijke vragen:

1. Op 15 mei 2018 besprak het college van B&W de brief van de wethouder SEZH over het bouwplan voor de Vuurtorenweg (RIS299752). Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

2. Volgens de besluitenlijst van de collegevergadering van 15 mei 2018 (RIS299916) werd de brief aangehouden. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

3. Wat was de reden van de aanhouding door het college?

4. Is het college bereid het verslag van de collegevergadering van 15 mei 2018 naar de raad te zenden? Zo nee, waarom niet?

5. Ondanks de aanhouding op 15 mei 2018 is de brief op 22 mei 2018 toch naar de Algemene Raadscommissie gezonden. In de besluitenlijsten van het college is nergens te vinden dat het college van B&W akkoord ging met de brief. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

6. Wat is de reden dat er geen collegebesluit te vinden is en de brief toch naar de raad is gestuurd?

7. Waarom worden de besluitenlijsten van het college niet naar de gemeenteraad gestuurd?

8. Is het college bereid om de besluitenlijsten voortaan naar de raad te zenden? Zo nee, waarom niet?

9. Tijdens de commissievergadering van 26 oktober 2017 van de commissie Ruimte heeft de wethouder SEZH op verzoek van de commissie toegezegd om met een raadsvoorstel te komen m.b.t. het plan voor de Vuurtorenweg. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

10. In de brief over het bouwplan van 22 mei 2018 stelt het college dat voor de herontwikkeling van het pand aan de Vuurtorenweg 35-37 geen afzonderlijke verklaring van geen bedenkingen is vereist en dat de aanvraag verder in procedure zou worden gebracht. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

11. In de brief “Evaluatie procedure verklaring van geen bedenkingen” (RIS298224) d.d. 31 oktober 2017 stelt het college dat de gemeenteraad kan afwijken van het “voorstel” van het college en om een andere afhandeling (algemeen danwel specifiek) kan verzoeken. Dit is onderdeel van de afspraken tussen raad en college die met raadsvoorstel 140 (RIS288041) zijn vastgelegd. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

12. In raadsvoorstel 140 (RIS288041) stelt het college: “Daarbij komt, dat uw raad altijd de mogelijkheid heeft om een bouwplan, dat onder de algemene verklaring van geen bedenkingen valt, toch te agenderen.” Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

13. Is het college met mij van mening dat het college door af te wijken van het verzoek van- en de toezegging aan de gemeenteraad in strijd met raadsvoorstel 140 en de afspraken met de commissie Ruimte heeft gehandeld? Zo nee, waarom niet?

14. Het college heeft m.b.t. de Vuurtorenweg slechts een vergunning strijdig gebruik verleend. Is het juist dat daardoor het vigerende bestemmingsplan niet is gewijzigd? Zo nee, waarom niet?

15. De aanvraag voor het bouwen van de appartementen aan de Vuurtorenweg moet nog worden ingediend. Is het juist dat het bouwen in strijd is met het vigerende bestemmingsplan? Zo nee, waarom niet?

16. In de beantwoording van mijn eerdere vragen over de Vuurtorenweg (RIS299829) stelde het college dat verdere aanpassing van het programma niet mogelijk is zonder financiële consequenties. Kan het college bij benadering aangeven wat de financiële consequenties zijn? Zo nee, waarom niet?

17. Op welke wijze heeft Kondor-Wessels (of andere partijen) de financiële consequenties naar voren gebracht en kan het college de correspondentie daarover aan de raad doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

18. Is het juist dat het college op 2 juni 2015 de Nota van Uitgangspunten herontwikkeling Vuurtorenweg 35-37 heeft vastgesteld? Zo nee, waarom niet?

19. Volgens dit collegebesluit maakt de Nota van Uitgangspunten ten behoeve van herontwikkeling Vuurtorenweg 35-37 deel uit van het biedboek waarmee het Rijk de verkoopprocedure zal starten. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

20. Wie betaalt de kosten voor het opstellen van deze Nota van Uitgangspunten?

21. Heeft het Rijksvastgoedbedrijf (mee)betaald aan het opstellen van deze Nota van Uitgangspunten? Zo nee, waarom niet?

22. Zijn er andere partijen die hebben meebetaald aan het opstellen van deze Nota van Uitgangspunten? Zo ja, welke?

23. In een artikel op de website van het Rijksvastgoedbedrijf (*1) wordt namens de afdeling Verhuur en Taxaties van het Rijksvastgoedbedrijf over de Vuurtorenweg het volgende gezegd: “De Nota van Uitgangspunten geeft aan binnen welke kaders de locatie kan worden herontwikkeld en biedt ruimte voor een gebouw van maximum 9000 m2. Dat is natuurlijk een enorme waardecreatie.” Verderop in het artikel: “Hoe meer onzekerheden we voor de marktpartij kunnen wegnemen, des te hoger de opbrengst van het gebouw.” Is het juist dat de hier genoemde “enorme waardecreatie” en “hogere opbrengst” ten goede komt aan het Rijk?

24. Is mijn bevinding juist dat de Nota van Uitgangspunten mede is opgesteld uit het oogpunt om waardecreatie en een hogere opbrengst voor het Rijk te genereren? Zo nee, waarom niet?

25. In hoeverre profiteert de gemeente in financiële zin van de “enorme waardecreatie”en de “hogere opbrengst”?

26. Op wie worden de gemeentelijke kosten m.b.t. het project Vuurtorenweg verhaald en voor welk bedrag?

27. Wanneer wordt door het college gekozen voor het opstellen van een Plan Uitwerkings Kader (PUK) en wanneer voor een Nota van Uitgangspunten?

28. Ten tijde van het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten was de Verordening Beheersregels Grondexploitaties en Strategisch Bezit, gemeente Den Haag 2014 (RIS 279682) van kracht, alsmede het Uitvoeringsbesluit bij de Verordening beheersregels Grondexploitaties 2012, gemeente Den Haag. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

29. Een Nota van Uitgangspunten is volgens artikel 1.1 letter q van de verordening “een bestuurlijk document waarin de uitgangspunten van een project zijn vastgelegd.” Artikel 3.1.1 luidt: “In de projectopdracht worden doel, programma, aanpak, benodigde middelen, planning en dekkingsbronnen opgenomen om te komen tot een nota van uitgangspunten. Artikel 2.1.1 van het Uitvoeringsbesluit luidt: “De Projectopdracht wordt verstrekt door de verantwoordelijk bestuurlijk opdrachtgever (Portefeuillehouder namens het college). De dienst krijgt hiermee toestemming om de nota van uitgangspunten voor te bereiden.” Is er voor de Vuurtorenweg een projectopdracht opgesteld? Zo nee, waarom niet?

30. Artikel 2.2.4 van het Uitvoeringsbesluit luidt: “De nota van uitgangspunten bevat een haalbaarheidsanalyse. Deze haalbaarheidsanalyse bevat minimaal een indicatie van het exploitatiesaldo uitgedrukt in bandbreedtes, een risicoanalyse met inzicht in de grootste risico’s. Bovendien wordt aangegeven wat de belangrijkste beïnvloedbare factoren zijn, die vervolgens in de projectdocumentfase gedetailleerd worden uitgewerkt.” Waarom valt er in de Nota van Uitgangspunten voor de Vuurtorenweg niets te lezen over een haalbaarheidsanalyse, het exploitatiesaldo, bandbreedtes en ontbreekt een risicoanalyse?

31. Artikel 2.2.5 van het Uitvoeringsbesluit luidt: “In het geval van een negatief saldo moet er zicht zijn op financiële dekking van het negatieve saldo. De voorziene dekkingsbron dient te worden benoemd.” Is er sprake van een negatief exploitatiesaldo? Zo ja, hoe groot is dat en hoe is dat gedekt?

32. Artikel 3.3.1 van het Uitvoeringsbesluit luidt: “De uitvoering van een project start na vaststelling van het projectdocument door het college. Het college stuurt het projectdocument ter kennisname aan de desbetreffende raadscommissie(s).” Wanneer gaat dit m.b.t. de Vuurtorenweg gebeuren?

33. Artikel 3.2.2 van het Uitvoeringsbesluit luidt: “De nota van uitgangspunten wordt vastgesteld door het college. Het college stuurt de nota ter kennisname aan de desbetreffende raadscommissie.” Is het college met mij van mening dat de Nota van Uitgangspunten voor de Vuurtorenweg niet is vastgesteld door de raad, maar door het college? Zo nee, waarom niet?

34. Is het juist dat een Nota van Uitgangspunten geen privaatrechtelijke overeenkomst is? Zo nee, waarom niet?

35. Volgens het biedboek voor de Vuurtorenweg kon men zich aanmelden voor een selectieprocedure voor de verkoop. Geselecteerde deelnemers mochten vervolgens een onvoorwaardelijke en/of een voorwaardelijke bieding uitbrengen. Volgens de website van het Rijksvastgoedbedrijf (*1) is men “echt overdonderd door het animo.” Hoeveel en welke deelnemers zijn geselecteerd om een bieding uit te brengen?

36. Het Rijksvastgoedbedrijf zou volgens het biedboek bij de biedingen aandacht hebben voor een voorwaardelijke of onvoorwaardelijke bieding, de hoogte van de bieding, alsmede de termijn waarbinnen de koper de eigendomsoverdracht wil laten plaatsvinden. De Vuurtorenweg werd in april 2016 gegund aan ontwikkelaar KondorWessels Vastgoed. Had Kondor Wessels het hoogste bod van alle deelnemers? Zo ja, hoe hoog was het bod?

37. Volgens de website van het Rijksvastgoedbedrijf (*2) heeft de potentiële koper, afhankelijk van de beschreven procedure, veelal de mogelijkheid om zowel een onvoorwaardelijke als een voorwaardelijke bieding uit te brengen. Door deze voorwaardelijke bieding geeft het Rijk de markt de mogelijkheid om bij herontwikkelingsobjecten een deel van het ontwikkelrisico bij het Rijksvastgoedbedrijf te laten. Volgens het Rijksvastgoedbedrijf is bij de gunning aan Kondor Wessels sprake van een verkoop onder voorwaarden. Om welke voorwaarden gaat het?

38. En welk ontwikkelrisico is bij het Rijksvastgoedbedrijf gelaten?

39. Is het juist dat als de voorwaarden niet worden vervuld de koop kan worden ontbonden? Zo nee, waarom niet?

40. Betekent dit dat het Rijk dan eigenaar blijft en een nieuwe verkoopprocedure kan starten? Zo nee, waarom niet?

41. In de beantwoording van mijn eerdere vragen over de Vuurtorenweg (RIS299829) stelde het college dat verdere aanpassing van het programma inconsequent is ten opzichte van eerder gemaakte afspraken met KondorWessels en het bepaalde in de Nota van Uitgangspunten. Welke afspraken betreft het hier en op welke datum zijn deze gemaakt?

42. En kan het college de correspondentie met Kondor Wessels daarover aan de raad doen toekomen? Zo nee, waarom niet?

43. Zoals de Raad van State eerder heeft overwogen (bijvoorbeeld de uitspraak van 13 juli 2011, in zaak nr. 201009749/1/H1), is voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel nodig dat aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend. Is daarvan in het geval van de Vuurtorenweg sprake? Zo ja, waarom?

44. Is er in het geval van de Vuurtorenweg sprake van aan de raad toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend? Zo ja, waaruit blijkt dat?

45. Kent het college de uitspraak van de Raad van State van 6 februari 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ0796)?

46. In deze uitspraak stelt de Raad van State dat de gemeenteraad beleidsvrijheid toekomt bij het besluit om al dan niet een bestemmingsplan vast te stellen. Onderschrijft het college deze stelling? Zo nee, waarom niet?

47. In deze uitspraak stelt de Raad van State dat van belang is of de gemeenteraad onvoorwaardelijke toezeggingen heeft gedaan ten behoeve van een bouwplan. Is het juist dat m.b.t. het bouwplan voor de Vuurtorenweg de raad geen onvoorwaardelijke toezeggingen heeft gedaan? Zo nee, waarom niet?

48. In deze uitspraak stelt de Raad van State dat als de gemeente met een initiatiefnemer is overeengekomen om planologische medewerking te verlenen dat dan sprake is van een inspanningsverplichting. Onderschrijft het college deze stelling? Zo nee, waarom niet?

49. In deze uitspraak stelt de Raad van State dat door het college overeengekomen planologische medewerking niet kan leiden tot een verplichting van de raad om aan gronden een bestemming te geven die de raad niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening acht. Onderschrijft het college deze stelling? Zo nee, waarom niet?

50. Kent het college de uitspraak van de Raad van State van 27 juni 2012 in zaak nr. 201109458/1/R1?

51. In deze zaak had het college van burgemeester en wethouders een overeenkomst gesloten om een bouwplan mogelijk te maken. In de overeenkomst neemt de gemeente een inspanningsverplichting op zich “om de vereiste planologische medewerking te verlenen door medewerking te verlenen aan het voeren van vrijstellingsprocedures”. Daarvoor diende een bestemmingsplan te worden vastgesteld. Het al dan niet vaststellen van bestemmingsplannen is een bevoegdheid van de raad. De overeenkomst bindt hem dan ook niet. Volgens de Raad van State was slechts sprake van een inspanningsverplichting. Zijn er door het college m.b.t. de herontwikkeling van de Vuurtorenweg overeenkomsten gesloten met partijen? Zo ja, welke en zijn hierin ook inspanningsverplichtingen m.b.t. planologische medewerking opgenomen?

52. Volgens de uitspraak van de Raad van State in deze zaak kan een dergelijke overeenkomst niet leiden tot een verplichting van de raad aan gronden een bestemming te geven die de raad niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening zou achten. Het aanvaarden van gebondenheid van de raad aan het leggen van de bestemming zoals in de overeenkomst voorzien, zou zich niet verdragen met de door de wetgever in artikel 3.1 van de Wro aan de raad toegekende bevoegdheid om, in het belang van een goede ruimtelijke ordening, bestemmingsplannen vast te stellen na het volgen van de daartoe in deze wet dwingend voorgeschreven en met waarborgen omklede procedure. De definitieve beslissing over de vaststelling van het bestemmingsplan kan mede afhankelijk van alle in de loop van de procedure naar voren gekomen feiten en belangen – ook de mogelijke belangen van derden – anders uitvallen dan door het college van burgemeester en wethouders bij het sluiten van de overeenkomst is ingeschat. Onderschrijft het college deze stelling van de Raad van State? Zo nee, waarom niet?

53. En onderschrijft het college deze stelling ook als het gaat om plannen die strijdig zijn met het bestemmingsplan en waar de raad een door de wetgever toegekende bevoegdheid heeft om hierover te beslissen? Zo nee, waarom niet?

54. Kan het college bevestigen dat het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten door het college niet betekent dat de gemeenteraad hieraan gebonden is en juridisch verplicht is om in te stemmen met bestemmingswijzigingen die passen binnen de kaders van de Nota van Uitgangspunten? Zo nee, waarom niet?

55. Kan het college bevestigen dat projectontwikkelaars geen rechten kunnen ontlenen aan een door het college vastgestelde Nota van Uitgangspunten als het gaat om publiekrechtelijke medewerking van de gemeenteraad? Zo nee, waarom niet?

56. In de gemeenteraadsvergadering van 1 oktober 2015 zijn bij de bespreking van de nota van uitgangspunten t.b.v. de toekomstige wijziging van de bestemming van de Prinses Julianakazerne, drie moties aangenomen. Het college heeft daarop op 3 november 2015 een herziene Nota van Uitgangspunten vastgesteld. Ook deze nota van uitgangspunten was onderdeel van een zogenaamd biedboek waarmee het Rijk de verkoopprocedure van een Rijkspand wilde starten. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

57. Had de gemeente in dit geval toestemming nodig van het Rijk om de Nota te wijzigen? Zo nee, waarom niet?

58. Wat waren in dit geval de financiële consequenties van het wijzigen van de Nota van Uitgangspunten voor het Rijk en voor de gemeente?

59. Welke andere consequenties had het wijzigen van de Nota van Uitgangspunten in dit geval?

Peter Bos
Haagse Stadspartij

*1) https://magazines.rijksvastgoedbedrijf.nl/kei/2016/02/uitgelicht-vuurtorenweg-scheveningen
*2) https://www.biedboek.nl/nl/page/process

In de pers
De Scheveninger
Dagblad070

Eerder verschenen
Lucht voor vuurtoren Scheveningen, maar college torpedeert oplossing
Schimmenspel rond de Scheveningse vuurtoren

2 Reacties
  1. Martin Pronk

    In dit dossier heft het college op verschillende momenten financiele belangen laten prefeleren boven die van ons cultureel erfgoed (de vuurtoren en omgeving) of van de bewoners. Dat begon al bij het toekennen van het project aan Kondor Wessels, maar ook later bij het besluit om het akkoord tussen de projectontwikkelaar en bewoners volledig te negeren. Niemand heeft echter goed zicht op wiens financieel belang of onder welke druk besluiten zijn genomen, maar duidelijk is wel dat het college zich in alle bochten heeft gewrongen om dit dossier te sluiten. De raad is ook op een aantal momenten in het ongewisse gelaten omtrent de stand van zaken, waardoor dit onderwerp ook nooit volwaardig op de agenda terecht is gekomen. Extra wrang gezien het feit dat politieke partijen die voor de verkiezingen in de oppositie zaten en op de barricades stonden (“NOOIT HOOGBOUW NAAST DE VUURTOREN”!!) als een blad aan de boom draaiden toen zij zelf deel uit gingen maken van het college: met hun stem hebben zij er mede toe bijgedragen dat de hoogbouw met 6 woonlagen er gaat komen.

    Daarom is Scheveningen blij met de steun en volharding van Peter Bos om het door het college opgevoerde schimmenspel proberen te ontrafelen. Iets wat de bewonerscommissie tot nu toe niet is gelukt, maar misschien dat de nog lopende rechtszaken helderheid gaan geven.

Uw reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.