Scheveningse strandpaviljoens langs de boulevard moeten uiterlijk 1 oktober van het strand af. Terwijl strandpaviljoens en strandhuisjes op het Stille Strand tot 1 november mogen blijven staan.

Maar liefst vier bestuurslagen, Rijk, Provincie, Hoogheemraadschap en gemeente, hanteren regels voor het strand. Probleem is dat een aantal regels voor tijdelijke bouwwerken op het strand met elkaar in strijd zijn. Geen wonder dat op deze regels niet of nauwelijks te handhaven valt. Omdat deze regels van belang zijn voor de duinvorming en het handhaven van de rust en de ruimte op het strand maken de Haagse Stadspartij en GroenLinks zich grote zorgen: Wie is nu eigenlijk de baas op het strand?

Gerwin van Vulpen: ‘Onze duinen zijn een prachtig natuurgebied, maar ook een essentieel onderdeel van onze zeewering. Ik vraag me af waarom er dan niet de hand gehouden wordt aan de bepaling van het Rijk.’

Duinvorming
Een duidelijke termijn voor tijdelijke bouwwerken is van belang voor de duinvorming. Vanaf 1 oktober begint het stormseizoen en voor de duinvorming moet de wind vrij spel hebben. Dat is de reden waarom in de Wet Algemene Bepalingen van het Rijk is opgenomen dat tijdelijke bouwwerken uitsluitend van 1 maart tot 1 oktober op het strand mogen staan. Maar van het Hoogheemraadschap mogen de tijdelijke bouwwerken tot 1 november blijven staan.
Een ander punt dat van belang is voor de duinvorming als de strandgebouwen op het strand staan, is de afstand van de bouwwerken tot de duinvoet. En ook daarover worden door de verschillende bestuurslagen afwijkende afstanden genoemd. Raadsleden Gerwin van Vulpen (Haagse Stadspartij) en Arjen Kapteijns (GroenLinks) hebben schriftelijke vragen gesteld aan wethouder Boudewijn Revis (VVD) en hopen meer duidelijkheid te krijgen over de regels en handhaving op het strand.

Schriftelijke vragen
Den Haag huurt onder een aantal voorwaarden het strand van het Rijk. In de Wet Algemene Bepalingen staat dat strandgebouwen en -paviljoens van 1 maart tot 1 oktober op strand zijn toegestaan (zie link). Maar het Hoogheemraadschap Delfland schrijft weer voor dat van 1 november tot 1 maart geen objecten op het strand mogen staan. In RIS 294701 formuleert het college dat strandhuisjes van maart tot en met oktober op het strand mogen staan. Over de onduidelijkheid rond de voorschriften en regelgeving op het strand leggen de raadsleden Gerwin van Vulpen (Haagse Stadspartij) en Arjen Kapteijns (GroenLinks), op basis van artikel 30 van het Reglement van orde het college de volgende vragen voor:
1. Kan het college aangegeven onder welke voorwaarden zij het strand huurt van het Rijk? Zo nee, waarom niet?
2. Valt het besluit op het bepaalde in artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (zie link onderaan) binnen de voorwaarden waarop het strand van het Rijk gehuurd wordt?
3. Waarom hanteert Hoogheemraadschap Delfland een afwijkende tijdsbepaling voor tijdelijke bouwwerken op strand? En welke voorschriften zijn in dit geval leidend?
4. Om welke reden is de gemeente in haar Strandbeleid overgegaan van de wettelijke bepaling van 1 oktober naar 1 november waarop de bouwwerken van het strand moeten zijn? Is ons strandbeleid niet strijdig met de wettelijke bepalingen van het Rijk?
5. Kan het college aangeven welke bevoegde instantie handhaaft op de wettelijke bepalingen en voorschriften van het Rijk alsmede welke instantie op de voorschriften van het Hoogheemraadschap handhaaft?
6. Kunnen de bovenstaande vragen gelet op de datum van 1 oktober a.s. met spoed beantwoord worden?

Uw reactie

Kopieer de cijfers e/o symbolen *^*