Haagse Stadspartij en PvdA stellen opnieuw vragen over Lego Discovery Centre

Legoland Discovery Centre blijft – ook na beantwoording van de vorige 32 schriftelijke vragen – bij de Haagse Stadspartij en de PvdA vragen oproepen. De raadsleden Peter Bos (Haagse Stadspartij) en Bülent Aydin (PvdA) dienden deze week ruim vijftig nieuwe schriftelijke vragen in (zie onderaan dit bericht).

Peter Bos: “We pleasen grote commerciële partijen uit angst om de boot te missen

Peter Bos (Haagse Stadspartij) en Bülent Aydin (PvdA) vragen zich o.a. af waarom de prijsrisico’s niet volledig bij de ontwikkelaar liggen, waarom oude Scheveningse erfpachtregels zijn toegepast, waarom bepaalde stukken geheim zijn en of alles wel netjes in de boekhouding wordt opgenomen.

Enorme haast
Een gevoelig punt is de grote haast waarmee wethouders Boudewijn Revis (VVD) en Karsten Klein (CDA) hun plan door de raad loodsten. Die haast was volgens beide wethouders noodzakelijk zodat Merlin (Lego moederconcern) snel een besluit kon nemen. Maar twee weken geleden bleek juist Merlin nog extra tijd nodig te hebben. Begin juni besluiten de aandeelhouders namelijk pas over een vestiging van Legoland in Scheveningen.

Peter Bos: “Ontluisterend. We moesten het toch met grote spoed behandelen? Dit versterkt bij mij het beeld dat het allemaal niet grondig is opgezet. Die haast was volstrekt onnodig.

Peter Bos: “Er zijn een hoop open eindjes. We zitten nog met veel vragen over de ongebruikelijke constructie, dus we willen echt weten hoe het allemaal precies zit.

Schriftelijke vragen aan college
Op 6 april 2017 heeft het college de schriftelijke vragen van Peter Bos (Haagse Stadspartij) en Bülent Aydin (PvdA) over Legoland Discovery Centre beantwoord. Naar aanleiding van deze beantwoording hebben de raadsleden, onder verwijzing naar artikel 30 van het reglement van orde, de onderstaande vervolgvragen gesteld.

1. Het aankoopbedrag waarvoor de gemeente het pand koopt van de huidige eigenaar wordt opgenomen in de publieke kadastergegevens. Welke argumenten zijn er dat het aankoopbedrag nu niet publiek gemaakt kan worden?

Het aankoopbedrag staat in de geheime stukken (de Grondexploitatie en het Hoofdlijnenakkoord met Sir Winston) waar uw raad kennis van heeft kunnen nemen. Het is juist dat het aankoopbedrag uiteindelijk (na de daadwerkelijke notariële levering aan de gemeente) via het kadaster te raadplegen is. Thans zijn de verschillende partijen echter nog in onderhandeling over te sluiten overeenkomsten. Dit is een reden om nu geen openbare mededelingen over (bijvoorbeeld) het aankoopbedrag te doen. Overigens is het gebruikelijk dat partijen geheimhouding tegenover derden met elkaar afspreken. Zo ook in het betreffende Hoofdlijnenakkoord.

2. Volgens het college biedt het plan voor Legoland een breder zicht op zee. De bestaande barrière tussen het Kurhaus en Rederserf blijft op de begane grond echter ongewijzigd, ook zal de nieuwbouw hoger worden dan de bestaande bebouwing van Vitalizee, waardoor achterliggende woningen straks geen zicht op zee meer hebben. Hoe kan er dan toch sprake zijn van een breder zicht op zee?

Om de kwaliteitsverbeteringen te bereiken is de gemeente in gesprek gegaan met de ontwikkelaar. Resultante is dat het huidige plan geen gebruik maakt van de maximale bebouwingsmogelijkheid, zoals uw raad heeft vastgelegd in het inmiddels onherroepelijke bestemmingsplan Scheveningen-Badplaats uit 2013 (RIS 264662). In combinatie met de aanpassingen in de openbare ruimte zal in de nieuwe situatie een sterke kwaliteitsverbetering worden gerealiseerd voor dit deel van Scheveningen Badplaats. Dit gebeurt als volgt: De begane grond van de nieuwe bebouwing wordt aan de zijde van het Kurhaus opgeschoven om de bestaande doorgaande route van de Bezaansmast naar de boulevard meer ruimte te geven. Hierdoor wordt de doorgang tussen de nieuwbouw en het Kurhaus verbreed van de bestaande circa 6 meter naar circa 10 meter. De trappartij zelf wordt daarbij verder landinwaarts geschoven en in de openbare ruimte zal groen worden toegevoegd met duinvegetatie in het kader van het uitvoeringsprogramma De Kust Gezond. Door de trappartij landinwaarts te verschuiven in combinatie met de verbrede doorgang ontstaat er breder zicht vanaf de Bezaansmast/Rederserf naar de boulevard. De eerste verdieping van de nieuwbouw wordt breder en iets hoger ten opzichte van de bestaande situatie maar blijft binnen de planologische ruimte die het vigerende bestemmingsplan biedt voor deze locatie. De achterliggende woningen blijven, ondanks het bredere en hogere bouwvolume van de eerste verdieping, zicht behouden op zee.

3. Kan het college garanderen dat met dit plan het zicht op zee voor de huidige omwonenden behouden blijft? Zo nee, waarom niet?

Nee. De bebouwing zal een andere vorm krijgen dan de huidige aanwezige bebouwing. Derhalve zal ook het zicht voor omwonenden veranderen. Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2 betekent deze verandering per saldo ook een grote kwaliteitsverbetering in de uitstraling van het gehele gebied.

4. Als het gaat om communicatie en overleg met omwonenden en belanghebbenden bij vastgoedontwikkeling (sloop en nieuwe bebouwing) is volgens het college primair de ontwikkelaar en eigenaar aan zet. Volgens het projectdocument is in dit geval de gemeente opdrachtgever van sloop en nieuwbouw. Daarmee is de gemeente primair verantwoordelijk voor communicatie en overleg. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

Dit is niet juist. De verantwoordelijkheid met betrekking tot communicatie en overleg met omwonenden en belanghebbenden is gedelegeerd aan SENS. De gemeente is hier wel nauw bij betrokken, aangezien zij het van groot belang vindt dat er zorgvuldig wordt gecommuniceerd en dat de omwonenden en belanghebbenden goed worden betrokken.

5. In de Nota van Uitgangspunten d.d. 13 december 2016 is vastgelegd dat de gemeente alleen de onderbouw zou gaan financieren. In het Projectdocument d.d. 3 februari 2017 is vastgelegd dat de gemeente de opdrachtgever is voor het hele gebouw. Waarom is besloten tot deze wijziging? Welke partij had deze wens?

Dit was een gezamenlijk besluit van de betrokken partijen, omdat alle partijen het efficiënter achten als er één kapitein is op het schip.

6. De vraag waarom het risico van hogere bouwkosten dan de maximale som niet bij SENS is neergelegd is niet beantwoord. Gaarne alsnog een antwoord.

Het risico voor hogere bouwkosten van de bovenbouw is niet bij SENS neergelegd, aangezien Sir Winston dit risico (in geval van hogere bouwkosten; zie de geheime beantwoording van vraag 7) en/of kans (in geval van lager uitvallen van de kosten) zelf wilde houden. Het risico voor hogere bouwkosten van de onderbouw is bij SENS neergelegd. Dit is de uitkomst van onderhandelingen.

7. Indien de situatie zich voordoet dat er sprake is van overschrijding van de bouwkosten, zijn contractmatig maatregelen genomen om risico’s te minimaliseren. Welke maatregelen zijn er genomen?

Zie beantwoording in de geheime bijlage.

8. Indien de situatie zich voordoet dat er sprake is van minder kosten voor het project, zijn contractmatig afspraken gemaakt over aan wie deze voordelen toekomen. Als een onderdeel van de totale opdracht goedkoper wordt en deze voordelen aan een partij toekomen, zakt het totale bedrag van de opdracht die de gemeente geeft dan met hetzelfde bedrag? Waar is dit vastgelegd?

Ja. Zoals u heeft kunnen vernemen in de Hoofdlijnenakkoorden: Voor de bovenbouw komen voordelen voor rekening van Sir Winston. Dit houdt in dat Sir Winston de gemeente minder betaalt, indien het onderdeel “bovenbouw” goedkoper wordt. De opdracht van de gemeente aan SENS daalt in dat geval met hetzelfde bedrag. Met betrekking tot hogere kosten voor de bovenbouw verwijst het college naar het antwoord op vraag 7. Voor de onderbouw geldt een vaste prijsafspraak waarbij eventuele voordelen en nadelen voor rekening van SENS zijn. Bij voordeel zakt de prijs niet; bij nadelen stijgt de prijs niet.

9. Er is sprake van een Turn-key overeenkomst m.b.t. de bovenbouw. Betekent dit dat het opleveringsniveau van het gehele project van de bovenbouw zó is, dat de koper alleen nog maar de sleutel hoeft om te draaien om te kunnen beginnen met de exploitatie? Zo nee, wat houdt de overeenkomst dan precies in?

Nee. De bovenbouw zal casco worden opgeleverd. De gemeente ontvangt voor de bovenbouw vanaf dat moment canon. Voor de onderbouw ontvangt de gemeente canon na het in exploitatie nemen door Merlin. Er zijn op dit moment alleen nog hoofdlijnenakkoorden. Aan de nadere overeenkomsten wordt op dit moment de laatste hand gelegd. Mogelijk zal de overeenkomst een andere naam krijgen dan Turnkey overeenkomst.

10. In de grondexploitatie zijn geen rentelasten opgenomen die ontstaan doordat de investering van € 16.563.000 in de tijd wordt terugverdiend met de jaarlijkse erfpachtopbrengsten. Kan het college uitleggen hoe hoog deze rentekosten zijn en hoe deze worden verwerkt?

De realisatie van de opstal mag conform BBV regelgeving geen onderdeel zijn van een (bouw)grondexploitatie. Deze investering moet op een ander wijze worden verantwoord, te weten via materiele vaste activa (MVA). De investeringen en de interne rekenrente (2%) over deze materiele vaste activa in aanbouw zijn in de bouwgrondexploitatie opgenomen. Na oplevering van de opstal en het ontvangen van de gekapitaliseerde erfpachtwaarde, is het MVA project afgerond. Er is dan ook geen sprake meer van rentelasten. De jaarlijkse canonbetaling aan het erfpachtbedrijf dient ter dekking van de rentelasten van het bedrag waar tegen het onroerend goed is ingebracht bij het erfpachtbedrijf.

11. De erfpachtregeling voor het contractgebied Scheveningen stamt uit 1976. Volgens het raadsvoorstel uit 1976 was er destijds een noodzaak aangezien het “in verband met de Richtlijnen niet mogelijk is gebleken de vigerende algemene voorwaarden aan te houden”. Verwezen wordt naar de Richtlijnen voor de herontwikkeling van Scheveningen en te sluiten overeenkomsten tussen de gemeente ‘s-Gravenhage en een voor de ontwikkeling van Scheveningen nog te vormen consortium. Deze Richtlijnen zouden zijn besproken in een raadsvergadering van 15 oktober 1973. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

Dit is juist. Uit een raadbesluit van 14 mei 1976 (vindplaats: Verslagen en handelingen van de gemeenteraad: Verzameling 1976, no. 194) valt af te leiden dat in de raadsvergadering van 15 oktober 1973 in vergadering door de raad is ingestemd met de genoemde Richtlijnen. Deze zijn hiermee vastgesteld als algemene voorwaarden.

12. Het gaat hier om overeenkomsten uit de jaren ’70 tussen de gemeente en het consortium. Is het college nog steeds van mening dat de huidige overeenkomsten m.b.t. Legoland een relatie hebben met de plannen van het consortium uit de jaren ’70 en dat er nog steeds een noodzaak is om met een afwijkende erfpachtregeling te werken? Zo ja, waarom?

Ja, het betreft hetzelfde gebied waarvoor de Algemene Voorwaarden 1977 nog steeds van toepassing zijn (zie verder het antwoord bij vraag 18).

13. De reguliere Algemene Bepalingen m.b.t. erfpacht in Den Haag gelden voor de hele stad. Is dit juist? Zo nee waarom niet?

Dit is juist, echter de Algemene Voorwaarden Scheveningen zijn van kracht in het gebied rond het Kurhaus en nog steeds vigerend en rechtsgeldig.

14. Is het juist dat de erfpachtregeling voor het contractgebied Scheveningen niet dwingend is, maar binnen dit gebied ook gekozen kan worden voor de Algemene Bepalingen? Zo nee, waarom niet?

Ja. De Algemene Voorwaarden 1977 Scheveningen zijn van kracht op erfpachtcontracten rond het Kurhaus en zijn nog steeds vigerend en rechtsgeldig. De gemeente kan bij een nieuwe uitgifte derhalve de AV toepassen. De huidige eigenaar heeft de locatie in erfpacht maar niet volgens de Algemene Voorwaarden. Voor de herontwikkeling is gekozen voor de Algemene Voorwaarden 1977 Scheveningen.

15. De Algemene Bepalingen zijn diverse malen herzien vanwege wetswijzigingen etc. De bepalingen voor het contractgebied Scheveningen zijn nooit herzien. Waarom niet?

Dit is een projectoverstijgende beleidskeuze. Gezien het privaatrechtelijk karakter is het niet noodzakelijk geweest de Algemene Voorwaarden te herzien. Het intrekken van algemene voorwaarden is niet mogelijk, het wijzigen ervan wel. De Algemene Voorwaarden zijn niet aangepast, omdat dit niet nodig was. De Algemene Voorwaarden zijn daarom nog steeds vigerend en rechtsgeldig.

16. Een deel van de in erfpacht uit te geven grond valt buiten het contractgebied. Waarom wordt deze grond toch volgens de regels van het contractgebied uitgegeven?

In de praktijk wordt voor bouwwerken die een afgescheiden geheel vormen doorgaans één recht van erfpacht gevestigd. Het is niet gebruikelijk om een deel van een bouwwerk in een ander erfpachtregime uit te geven. In dit geval is gekozen voor de Algemene Voorwaarden 1977 Scheveningen. Zie ook de Nota van uitgangspunten (RIS296256).

17. Zijn de (grond)waarden waarop de canonbedragen zijn gebaseerd getaxeerd door een onafhankelijke taxateur? Zo nee, waarom niet?

Ja, die zijn getaxeerd door een externe onafhankelijke taxateur (Frisia).

18. Bij erfpacht volgens de Algemene Bepalingen wordt de grondwaarde om de vijf jaar herzien, met als gevolg dat de erfpachter meer of minder moet gaan betalen. In het geval van het Legolandplan zal geen herziening van de (grond)waarde plaats vinden. Kan het college een overzicht geven van de ontwikkeling van de hoogte van de erfpachtbedragen in het contractgebied Scheveningen t.o.v. de erfpachtbedragen in de rest van de stad sinds de jaren ’70? Zo nee, waarom niet?

Nee. Volgens de Algemene Bepalingen wordt niet de grondwaarde iedere vijf jaar herzien, maar de canon. Deze herziening wordt gebaseerd op het dan geldende rentepercentage. Volgens de Algemene Voorwaarden 1977 vindt geen indexering plaats.1 Een analyse van de verschillen tussen de erfpachtbedragen volgens de Algemene Voorwaarden 1977 voor het gebied Scheveningen en de rest van de stad leidt tot het vergelijken van “appels met peren”. In dat geval zouden namelijk rechten volgens de Algemene Bepalingen 1986 teruggerekend moeten worden naar de jaren ’70. Daarbij moeten parameters worden ingeschat waarbij het maar de vraag is of deze recht doen aan de werkelijkheid. Los van het inhoudelijke realiteitsgehalte vergt dit zeer diepgravend onderzoek, wat een grote tijdsinspanning met zich mee zou brengen van het erfpachtbedrijf. Dit acht het college onwenselijk.  In geval van de herontwikkeling Vitalizee vindt in aanvulling op de Algemene Voorwaarden 1977 wel jaarlijkse indexering plaats.

19. Is het juist dat het canonpercentage voor 2017 (i.c. 1,6% conform het collegebesluit d.d. 6-12-2016) dat voor het Legolandproject wordt toegepast eeuwigdurend vastligt?

Dit is juist, met dien verstande dat er jaarlijks een indexering is overeengekomen.

20. Kunnen de erfpachtnemers in deze zaak de erfpacht eeuwigdurend afkopen? Zo ja, op welke momenten? Zo ja, als erfpachtnemers besluiten tot afkopen op het moment van afname, welk bedrag zou daarvoor betaald moeten worden? Zo ja, als erfpachtnemers op een later moment besluiten tot eeuwigdurend afkopen, hoe wordt dit berekend? Zo nee, waarom kunnen deze erfpachtnemers de erfpacht niet eeuwigdurend afkopen? Is het mogelijk voor erfpachtnemers van delen van het project om hun grond (boven of onderbouw) en/of opstal (onderbouw) apart eeuwigdurend af te kopen?

Ja, erfpachtnemers kunnen in theorie op een later moment overeen komen dat de canon wordt afgekocht tegen tenminste het bedrag dat thans overeengekomen is.

21. Als de gemeente eeuwigdurend rentevast geld wil lenen, welk percentage moet zij daarvoor dan op de markt betalen?

De gemeente kan voor maximaal 50 jaar bij BNG en NWB lenen. Bij de berekening van het canonpercentage dat in 2017 in de gehele stad van toepassing is, is uitgegaan van een 20 jarige lening. Dit was 0,88% op het moment dat de canon voor 2017 is vastgesteld. Zie: RIS295805.

22. Als de gemeente bij een partij niet eeuwigdurend geld kan lenen, voor welke maximale rentevaste periode kan de gemeente dan lenen? Welk rentepercentage geldt daarvoor?

Zie het antwoord op vraag 21.

23. Wat is het voordeel voor de erfpachter van een dergelijk vastgezet percentage t.o.v. een jaarlijks wisselend percentage?

Het is niet aan het college om te bepalen wat het voordeel is voor de erfpachter. De afweging om akkoord te gaan met een vastgezet percentage ten opzichte van een jaarlijks wisselend percentage is gemaakt door de toekomstig erfpachter.

24. Waarom wordt de canon in dit geval jaarlijks slechts voor 2/3e geïndexeerd en niet voor 100%?

Dit is de uitkomst van onderhandelingen.

25. Wat is het verschil tussen een jaarlijkse indexering van de canon aan de ene kant en een vijfjaarlijkse grondwaardeherziening in combinatie met een jaarlijks vastgesteld canonpercentage aan de andere kant in geld uitgedrukt?

De grondwaarde (onder de Algemene Bepalingen voor de uitgifte in erfpacht van gronden der gemeente ’s-Gravenhage) wordt niet vijfjaarlijks herzien; het canonpercentage bij lopende erfpachtrechten wordt vijfjaarlijks herzien. Het verschil is lastig te voorspellen. Het betreft verschillende – gangbare – wijzen van periodieke wijziging van de canon. Bij jaarlijkse indexering zal de canon naar verwachting altijd blijven stijgen of tenminste gelijk blijven. Bij 5-jaarlijkse aanpassing kan het ook voorkomen dat de canon nog gaat dalen. Indien de renten de komende jaren fors blijven stijgen dan zal de canon naar verwachting hoger kunnen uitvallen dan bij indexering. Voor beide systemen zijn voor- en nadelen te noemen en worden beide in de landelijke praktijk toegepast. Amsterdam gaat bijvoorbeeld juist standaard uit van inflatiecorrectie min 1%. Oudere bepalingen kennen standaard überhaupt geen inflatiecorrecties.

26. Het college schrijft in antwoord op vraag 16 dat de grond- en opstalwaarde van de nieuwbouw eeuwigdurend als vordering blijft uitstaan op de balans van de gemeente. Hoe hoog is deze vordering en wie is de debiteur? Zijn dit financiële of materiele activa?

Vanuit het erfpachtcontract is er een eeuwigdurende vordering. Deze komt, zoals gebruikelijk, niet op de balans van de gemeente te staan. Jaarlijks wordt de canon voor dat betreffende jaar gefactureerd aan de erfpachter en ontstaat er een vordering op de balans, die afloopt als de debiteur zijn schuld betaalt. De onroerende zaken (gronden en/of opstallen) die uitgegeven zijn in erfpacht tegen canonbetaling staan op de balans van de gemeente Den Haag onder de materiele vaste activa. De onroerende zaken worden na in gebruik name op de balans geactiveerd en worden tegen uitgifteprijs van eerste uitgifte gewaardeerd. Tevens is deze waarde gelijk aan de afkoopsom in geval van eeuwigdurende afkoop van de canonverplichting. Na de uitgifte zullen de jaarlijks te ontvangen erfpachtcanons deel uitmaken van het reguliere financiële resultaat van de gemeente evenals de aan de balanspost “in erfpacht uitgeven gronden en/of opstallen” toe te rekenen kapitaallasten.

27. Het college schrijft in antwoord op vraag 16 dat de jaarlijkse canon is bedoeld ter afdekking van de vaste kapitaallasten van de gemeente. Voldoet de eeuwigdurende canon van 1,6% daaraan?

Hier kan geen uitspraak over worden gedaan, omdat er geen kapitaalverstrekker is die een eeuwigdurende lening tegen een vast rentepercentage verstrekt. De beantwoording van vraag 28 is tevens relevant voor deze vraag.

28. Kan het college een grafiek toevoegen met de waardeontwikkeling volgens de huidige langjarige prognoses voor de komende 40 jaar voor de totale kapitaallasten van de gemeente (startend met het totale schuldbedrag van de gemeente), en de waardeontwikkeling van de afspraken over deze specifieke erfpacht (startend met de totale waarde van de erfpachtconstructie na uitgifte)? Zo nee, kan de gemeente dan een zo veel mogelijk van deze uitgangspunten uitgaande grafiek toevoegen?

De gemeente werkt volgens het principe van totaalfinanciering, dit betekent dat de financieringsbehoefte voor de gehele gemeentelijke portefeuille wordt beschouwd en niet op projectniveau een financiering wordt aangegaan. Dit antwoord is daarom algemener van aard. Het college van burgemeester en wethouders heeft het canonpercentage voor in erfpacht uitgegeven gronden in 2017 vastgesteld op 1,6%. Dit is het gemiddelde van de toen geldende rentetarieven van 20-jarige leningen door de gemeente bij de BNG (0,88%) en de tarieven voor leningen zonder NHG-garantie met hypothecaire zekerheid 5 jaar rentevast (gemiddeld 2,3%. Zie RIS: 295805). Deze rekenmethodiek is volgens de Algemene Bepalingen van het erfpachtbeleid (de AAR 1985 herz. 1993/2008). Het beleid is dus zo vormgegeven dat een gemeentelijke financiering die aangegaan zou kunnen worden op dat moment lagere rentelasten kent dan de door de gemeente te ontvangen canonbijdrage. De financiering kent geen onbeperkte looptijd en zal op termijn moeten worden geherfinancierd. Ontwikkelingen op de kapitaalmarkt bepalen de financieringslasten in de toekomst. Doordat de door de gemeente te ontvangen canon eeuwigdurend wordt geïndexeerd (voor een exacte onderbouwing hiervan, zie: RIS 296257) ontvangt de gemeente elk jaar meer opbrengsten en wordt dit risico beperkt. Door het onvoorspelbare karakter van de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt, moeten voor een grafiek (zeer) grote aannames worden gedaan. Daarom is geen grafiek toegevoegd aan dit antwoord.

29. Hoe hoog is de jaarlijkse afschrijving van de grond- en opstalwaarde en hoe wordt dat in de begroting verwerkt?

Op gronden wordt niet afgeschreven. Anders dan bij gronden vindt er bij panden slijtage plaats, waardoor het goed op den duur teniet gaat. Uitgangspunt is dat voor de waardering van het erfpachtrecht ter zake van panden wordt aangesloten bij de waardering zoals deze geldt voor gronden indien de instandhoudingsplicht van het pand contractueel wordt neergelegd bij de erfpachter. In het accountantsrapport, dat bij de jaarrekening 2016 gepubliceerd is, vindt de Gemeentelijke Accountants Dienst dit acceptabel bij een gelijkwaardige casus, namelijk het Junoblok (RIS 296856). Over de administratieve verwerking van opstallen in erfpacht en de potentiële afschrijving daarvan heeft de gemeente contact met de commissie BBV. De administratieve verwerking van opstallen in erfpacht zal worden voorgelegd aan de commissie BBV. De commissie zal hierover naar verwachting dit jaar uitspraak doen. Het college committeert zich aan eventuele wijzigingen in de regelgeving.

30. Wordt er een voorziening voor oninbaarheid van deze vordering in de begroting verwerkt? Zo nee, waarom niet?

Nee, omdat hier geen aanleiding toe is (een voorziening voor oninbaarheid mag pas worden gevormd als er een verwachting is dat een debiteur niet aan de betalingsverplichting kan voldoen). Voor het onderhavige erfpachtrecht geldt dat de gemeente in het geval van het niet voldoen van de canon meerdere acties kan ondernemen. Zo zijn daar: – het(evt. in rechte) vorderen van de verschuldigde betaling(en) – het innen van boetes – het beëindigen van het erfpachtrecht In een voorkomend geval zal de gemeente bezien welke actie prudent is. Gesteld kan worden dat er richting de erfpachter voldoende handelingsmogelijkheden voor de gemeente zijn.

31. Hoe is de kredietwaardigheid van de erfpachter onderzocht?

Dit is niet onderzocht. Bij erfpachtrechten wordt doorgaans niet getoetst of een erfpachter de canon te allen tijde zal kunnen voldoen. Dat zou ook niet logisch zijn aangezien erfpachtrechten privaatrechtelijke afspraken zijn die, met de overeengekomen voorwaarden, vrij overdraagbaar zijn. Een nieuwe erfpachter zou derhalve minder kredietwaardig of betalingsbereid kunnen zijn. Gezien de verschillende mogelijkheden die de gemeente in het geval van niet betalen heeft, genoemd in antwoord op vraag 30, wordt dit niet als een probleem ervaren.

32. Volgens het college kan het advies van Pels Rijcken niet openbaar gemaakt worden wegens bedrijfsgevoelige informatie. Om welke bedrijven gaat het hier?

De bedrijven die hier bedoeld worden zijn de betrokken partijen bij de onderhandelingen. Raadsleden hebben het advies van Pels Rijcken kunnen inzien. Zie met betrekking tot het openbaar maken de beantwoording bij vraag 33.

33. Waarom bevat het Pels Rijcken rapport bedrijfsgevoelige informatie, waar is dit oordeel op gebaseerd, en kunnen dan de delen die niet bedrijfsgevoelig zijn openbaar worden gemaakt? Zo nee, waarom niet? Zo nee, kan het college in de geheime stukken de zinnen onderstrepen waarin bedrijfsgevoelige informatie staat?

Bedrijfs- en fabricagegegevens moeten als vertrouwelijk worden beschouwd indien de mededeling daarvan plaatsvindt in een contact dat het bedrijf redelijkerwijs als vertrouwelijk mag beschouwen. Ook gegevens die uitsluitend de financiële bedrijfsvoering betreffen, kunnen onder omstandigheden de hier bedoelde bedrijfsgegevens zijn. Wanneer het gaat om openbaarmaking van informatie uit documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Een advies van een advocaat over bijvoorbeeld mogelijke procedures en de daarin in te nemen standpunten en te volgen tactieken is naar zijn aard bestemd voor intern beraad. Het advies moet in zijn geheel worden aangemerkt als een uitwisseling van informatie tussen advocaat en een bestuursorgaan om dat bestuursorgaan in staat te stellen een standpunt in te nemen betreffende een bestuurlijke aangelegenheid.

34. Wat houdt het Asian Business Court precies in?

De website van het Asian Business Court (www.abcholland.com) omschrijft het Asian Business Court (ABC) als een multifunctioneel bedrijven- en kantorencomplex aan de snelweg A13 ter hoogte van de Brasserskade bij Den Haag-Ypenburg. Dit complex wordt speciaal ontwikkeld voor Westerse en Aziatische bedrijven die op hoogwaardig niveau actief zijn op het vlak van Asian business. ABC biedt een totaalconcept bestaande uit kantoren, bedrijfsruimte met showrooms, businesshotel, horeca, leisure, congresfaciliteiten en een knowledge centre voor business support aan met name Chinese bedrijven.

35. Volgens de website van het project is het Asian Business Court een initiatief van ABC Holland BV in Den Haag. Oprichter van ABC Holland BV is Atom Zhou. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

Voor zover bekend bij het college is dit juist.

36. Wie zijn de andere aandeelhouders zoals genoemd in het antwoord op vraag 23 van onze eerdere vragen?

Het college kan alleen de openbaar te raadplegen informatie uit het register van de Kamer van Koophandel verstrekken. De bestuurders van VZ onroerend goed zijn: M. Ballemaker, I. Ballemaker, H. Ballemaker, J.F. Vale , G.T.F.M. Michels en A.H.L. Baudoin.

37. De wethouder heeft volgens het verslag van de commissie Ruimte op 15 februari 2017 het volgende gezegd: “Merlin wil niet met een casino in één pand.” Kan het college aangeven waar deze uitspraak op is gebaseerd?

Deze uitspraak is gebaseerd op het feit dat vanaf de eerste gesprekken met Merlin is uit gegaan van een totale herontwikkeling van de locatie. Dit hield, naast de verbouwing, tevens de verplaatsing van de speelautomatenhal in. Binnen het concept van een indoor attractie voor jonge kinderen is een speelautomatenhal erboven (of naast) niet passend. Overigens vindt het college dit ook vanuit de gemeente zeer onwenselijk.

38. Volgens de Nota van Uitgangspunten moet er een overeenkomst worden gesloten met Merlin waarin deze zich jegens gemeente en/of uiteindelijke verhuurder verplicht te huren. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

Dit is juist. Er moet een huurovereenkomst gesloten worden tussen Merlin en de verhuurder.

39. Volgens de Nota van Uitgangspunt is er een Intentieovereenkomst met Merlin. Kan het college deze naar de raad sturen?

Ten tijde van de vaststelling van de Nota van uitgangspunten werd uitgegaan van het sluiten van een intentieovereenkomst met Merlin. Op deze afspraken, die de hoofdlijnen van het te sluiten huurcontract tussen Merlin en de verhuurder bevatten, is ambtelijk overeenstemming met Merlin bereikt. De afspraken zijn uiteindelijk niet met een collegebesluit als intentieovereenkomst vastgelegd. Wel zijn ze als bijlage onderdeel geworden van het Hoofdlijnenakoord met Vz onroerend goed bv, dat geheim aan de raad is verstrekt als bijlage bij het projectdocument.

40. Is m.b.t. de herontwikkeling van Vitalizee sprake van geoorloofde of ongeoorloofde staatssteun?

De mogelijke aandachtspunten op het gebied van potentiele (on)geoorloofde staatssteun bij (de verdere uitwerking van) deze ontwikkeling zijn geanalyseerd door Pels Rijcken. Het college verwijst voor de beantwoording van uw vraag naar het rapport van deze analyse. Dit rapport is reeds voor de raad ter inzage gelegd.  Zie verder het antwoord op vraag 32.

41. Hoe vaak heeft het college in het verleden staatssteun gemeld bij de Europese Commissie en wat was daarvan de uitkomst?

Dit wordt niet centraal binnen de gemeente bijgehouden. Het college is niet bekend met een (recente) melding.

42. Hoe vaak is de gemeente geconfronteerd met staatssteunzaken die door derden aanhangig waren gemaakt?

De gemeente heeft zeer diverse activiteiten. Er wordt niet centraal bijgehouden hoe vaak er juridische procedures inzake het zeer brede onderwerp staatssteun worden gevoerd. Op het gebied van stedelijke ontwikkeling is de gemeente in 2007 geconfronteerd met een zaak (een melding bij de commissie). Uiteindelijk bleek daar geen sprake te zijn van ongeoorloofde staatssteun.

43. Voor het aanhangig maken van een staatssteunzaak is geen bewijslast van de aangevende partij nodig. Als de Europese Commissie een onderzoek instelt, krijgt de Commissie dan toegang tot de geheime financiële gegevens van deze deal? Is op andere wijze relevant voor de procedures rond staatssteun of de meeste financiële gegevens geheim blijven?

De gemeente zal de Commissie in het geval van een dergelijk onderzoek uiteraard de relevante gegevens ter beschikking stellen. Het is voor een lidstaat, persoon, onderneming of ondernemersvereniging waarvan de belangen door de toekenning van steun kunnen worden getroffen, mogelijk om bij de Europese Commissie te klagen over door (decentrale) overheden verleende staatssteun. De Commissie neemt alleen klachten van ‘belanghebbenden’ in behandeling.

44. Er is sprake van staatssteun in de zin van artikel 87, lid 1 EG, indien aan alle van de navolgende vijf criteria is voldaan:
a. de steun wordt door de staat verleend of met staatsmiddelen bekostigd;
b. hij komt ten goede aan bepaalde ondernemingen of bepaalde producties; RIS 296862
c. hij verschaft voordeel aan de onderneming(en) dat zij niet langs normale commerciële weg, via de markt, zou(den) hebben verkregen;
d. de steun leidt tot (dreigende) vervalsing van de mededinging op de gemeenschappelijke markt;
e. de steun leidt tot ongunstige beïnvloeding van de tussenstaatse handel.
Kan het college per criterium gemotiveerd aangeven of hier aan is voldaan? Zo nee, waarom niet?

45. Kan het college wanneer in het antwoord op de vorige vraag wordt aangegeven dat niet aan een criterium is voldaan, per geldstroom, lening, voorschot en/of risico in het voorstel aangeven of voor die specifieke ‘steun’ aan het criterium is voldaan? Zo nee, waarom niet?

Ad 44 en 45:

De mogelijke aandachtspunten op het gebied van potentiele (on)geoorloofde staatssteun bij (de verdere uitwerking van) deze ontwikkeling zijn geanalyseerd door Pels Rijcken. Het college verwijst voor de beantwoording van uw vraag naar het rapport van deze analyse. Dit rapport is reeds voor de raad ter inzage gelegd.

46. Welke private partijen hebben een incidenteel of zelfs een structureel financieel voordeel ten opzichte van hun huidige kosten of inkomsten door het plan m.b.t. Vitalizee? Kan het college daarbij ook specifiek ingaan op de huidige eigenaren en de kopers die de boven- en onderbouw terugkopen?

Het college kan niet oordelen over de mate waarin andere partijen financiële voordelen ondervinden door het plan.

47. Kent het college het eerdere plan van Merlin uit 2011 voor vestiging van Legoland in Vitalizee? Is het college bereid dit naar de raad te zenden? Zo nee, waarom niet?

Het college is bekend met de poging een vestiging van Legoland Discovery Centre naar Scheveningen te halen uit 2011. De planvorming voor de vestiging van Legoland is destijds ondanks intensieve inspanning vanuit de gemeente echter niet verder gekomen dan de eerste besluitvormende fase bij Merlin. Hiervoor is destijds geen voorstel of plan ontvangen van Merlin.

48. Zijn er nog meer al dan niet interne stukken, verslagen, emails enz. tussen 2010 en nu die betrekking hebben op de locatie, Merlin, of de huidige of eerdere eigenaren van deze locatie? Is het college bereid die (zo nodig vertrouwelijk) naar de raad te zenden? Zo nee, waarom niet?

De relevante en concreet geworden informatie voor de huidige ontwikkeling is reeds aan uw raad verstrekt.

49. Waar zijn de criteria te vinden die gelden voor het toekennen van een bijdrage uit het Wervingsfonds?

De grondslag van het wervingsfonds ligt in het raadsvoorstel met kenmerk RV 141, Nr. 960590 van 2 mei 1996. Dit geeft het algemene kader voor de wervingsbijdragen. De specifieke kaders en criteria worden gekoppeld aan de beleidsmatige doelen en worden periodiek aangescherpt. Hierdoor sluiten de criteria aan bij de beleidsmatige prioriteiten van de Gemeente Den Haag.

50. In een recente brief van 19 april 2017 melden de wethouders BZKB en SEZH dat Merlin later besluit dan ze eerder hadden voorzien. Kan het college aangeven wat de reden van dit uitstel is?

Merlin besluit inderdaad later dan in de planning van het projectdocument was voorzien. Dit betreft een interne afweging van Merlin. De huidige planning van het bedrijf voorziet in besluitvorming door aandeelhouders in de zomer. Dit blijft echter een afweging van het bedrijf, dat verantwoordelijk is voor de eigen besluitvorming.

51. Waarom is het plan niet in april in de Final Board van Merlin Entertainments besproken zoals beloofd in o.a. het Projectdocument?

In het projectdocument is een planning opgenomen met de verwachte mijlpalen, waaronder het besluit van Merlin. Planningen zijn altijd indicatief en gebaseerd op verwachtingen. In dit geval is er door Merlin echter gekozen voor een andere planning.

52. Het raadsvoorstel Herontwikkeling Vitalizee is op 15 februari 2017 in de raadscommissie Ruimte besproken en een dag later al in de gemeenteraad. Dit omdat sprake zou zijn van een termijngebonden besluit. De wethouder SEZH verklaarde de haast als volgt: “wil dit zo snel mogelijk door de raad hebben, zodat Merlin Entertainments er ook over kan beslissen (..) Heeft afgesproken met Merlin Entertainments dat het college snel aangeeft hoe de gemeente erin staat.” Is het college met ons van mening dat de haast om dit voorstel er doorheen te duwen, volstrekt onnodig was? Zo nee, waarom niet?

Nee. Na en vanwege de besluitvorming in de gemeenteraad zijn de verschillende betrokken partijen voortvarend verder gegaan met de uitwerking van het project. Daardoor is het ontwerp verder uitgewerkt en zijn de vervolgovereenkomsten bijna klaar voor besluitvorming door het college. Bovendien is de huurovereenkomst tussen de toekomstige verhuurder en zijn huurder vrijwel gereed, wat de toekomstige huurder van groot belang acht voor de besluitvorming door zijn aandeelhouders. Door deze grote voortgang zal de ontwikkelaar naar verwachting op korte termijn de vergunningsaanvraag starten en de aanbesteding opstarten. Zonder het raadsbesluit in februari was deze voortgang naar verwachting niet mogelijk geweest.

53. In de beantwoording van onze eerdere vragen stelde het college dat de gewenste opening van het LDC voor de meivakantie van 2019 ligt. Zonder deze besluitvorming van de gemeenteraad zou de verdere besluitvorming en planvorming door de exploitant van LDC en van de ontwikkelaar niet kunnen worden voortgezet, waarmee een groot risico zou zijn ontstaan voor de komst van het LDC. Wat zijn de gevolgen van het uitstel voor de komst van het LDC?

Omdat Merlin zelf heeft besloten een andere planning te hanteren voor de besluitvorming met inachtneming van de mogelijke consequenties voor de planning heeft dit geen nadelige gevolgen voor de komst van het LDC.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,

Annet Bertram Pauline Krikke

1 Response
  1. Eveline Roos

    Erg leuk plan, een Legoland maar inderdaad een vreemde zaak. Goed dat jullie deze vragen hebben gesteld. Blijf jullie volgen. Groeten.

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.