De afgelopen weken heeft de Haagse gemeenteraad uitvoerig vergaderd over het Kunstenplan. Met dit plan worden de kunstsubsidies van de gemeente voor de komende vier jaar verdeeld. Op 24 september vond allereerst een hoorzitting plaats waar meer dan 50 instellingen hun verhaal konden doen, vervolgens op 1 oktober het politieke debat in eerste termijn met wethouder Robert van Asten (D66) en op 8 oktober volgde nog een tweede termijn. Op 12 oktober zou het plan definitief worden vastgesteld door de gemeenteraad, maar dat ging op het laatste moment niet door. Een breed gedragen voorstel om extra geld te regelen voor een flink aantal instellingen leidde tot gesteggel in de coalitie, waarop besloten werd tot uitstel tot 3 of 4 november als de gemeenteraad ook de gemeentebegroting vaststelt. Uitstel en zeker geen afstel als het aan raadslid Peter Bos ligt.

 

Peter Bos sprak in eerste termijn namens de Haagse Stadspartij de volgende kritische tekst uit:

Voorzitter,

We naderen de apotheose van het Kunstenplan. Na het advies van de commissie Leertouwer en het besluit van het college is het nu aan de gemeenteraad om het finale oordeel te vellen. Er rust op de schouders van de raad een enorme verantwoordelijkheid. Want het Kunstenplan is voor veel instellingen een kwestie van leven of dood.

Ik wil beginnen door iedereen een compliment te geven die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van dit plan. Naast de ambtenaren en het college, natuurlijk ook de kunstinstellingen zelf en de adviescommissie die “a hell of a job” heeft verricht.

Het plan bevat veel goede punten. Scherpe analyses, mooie beschrijvingen van het culturele klimaat, forse kritiek soms, maar ook veel waardering voor het harde werk en de kwaliteit van de kunstsector in Den Haag.

Toch moet mij van het hart dat het Kunstenplan mij ook pijn heeft gedaan. Het grote aantal afvallers, waaronder niet de minsten, was een schok voor mij. Aan de kwaliteit ligt het niet, de oorzaak ligt vooral in het tekortschietende budget. Er is een beleidskader opgesteld, waarin veel nieuwe extra eisen zijn opgenomen. Eisen op het gebied van inclusie, Fair Pay, versterken van cultuurankers en het middenkader, de bedrijfsvoering, Amare. Met een vrijwel gelijkblijvend budget was dit een onmogelijke opdracht. En dat lezen we ook terug in het advies. Ik citeer: “De Commissie moest een moeilijke afweging maken, omdat de gemeente wel de ambitie formuleerde om tot een culturele sector met een gezonde bedrijfsvoering en fair pay te komen, maar daarvoor geen extra middelen beschikbaar stelde”. Einde citaat. Extra wrang is dat de bijdragen van andere diensten van de gemeente en incidentele bijdragen van landelijke fondsen zijn weggevallen.

Fair Pay, oftewel een eerlijke beloning voor iedereen die actief is in de kunst, was een van de nieuwe eisen in het beleidskader. Het onderzoek van SIRM dat het college hierover heeft laten uitvoeren is duidelijk: Fair Pay kost de Haagse kunstsector 5,9 miljoen extra en leidt tot 8% minder voorstellingen en activiteiten. De gemeente is volgens het onderzoek mede-verantwoordelijk voor deze gevolgen en zou hier extra subsidie voor vrij moeten maken. Gaat het college dit ook doen? Ik ben heel benieuwd.

Is 56 miljoen per jaar dan niet genoeg, zult u mij vragen? Laten we eerst een vergelijking maken met de twee andere grote steden. Zo heeft de gemeente Rotterdam 94 miljoen beschikbaar voor het Kunstenplan en Amsterdam maar liefst 135 miljoen. In verhouding tot Den Haag, de derde stad van Nederland, zijn dat reusachtige bedragen. Een tweede vergelijking is te vinden in ons eigen begrotingsverleden. In 2009 stelde het college 59 miljoen euro ter beschikking. We zijn 11 jaar en 70.000 inwoners verder en we zitten nog steeds onder het niveau van 2009. Als Den Haag wil blijven meetellen op cultureel gebied moet er echt een tandje bij. We dreigen anders het culturele lachertje van de Randstad te worden. Wil de raad, wil de wethouder dit op z’n geweten hebben?

De gevolgen van de ontluisterende financiële uitgangspunten laten zich gelden in het advies. Waar er vier jaar geleden nog flink is vernieuwd met 14 nieuwkomers in het Kunstenplan, gaat dit keer het mes in de kunst. Vier jaar geleden konden nog 74 instellingen gesteund worden, dit keer zijn het er nog maar 60. Het topsegment blijft weliswaar intact, krijgt zelfs extra geld, de klappen vallen in het midden- en lagere segment. Het complete ecosysteem dat we volgens het Regioprofiel hadden in deze stad, is straks behoorlijk aangetast.

De Haagse Stadspartij stelt vast dat de keten binnen veel kunstdisciplines onherstelbaar dreigt te breken. Met name in de danssector, de popmuziek, de ensembles, bij broedplaatsen en het festivalaanbod. Deze verschraling wil ik graag wat nader toelichten:

In de danssector dreigen Lonneke van Leth, DDDD, Beweigi en Meyer-Chaffaud weg te vallen. Den Haag moet Dansstad blijven. Punt. Ook Aight wordt gekort ondanks hun goede werk in de urbansector.

Geweldig dat Rewire en Grauzone als festival gehonoreerd worden, maar dat Today’s Art, Crossing Border en het kamermuziekfestival Classical Encouters sneuvelen is meer dan dramatisch.

Voor behoud van het Crossing Border Festival zijn honderden schrijvers en kunstenaars in de bres gesprongen, waaronder Kees van Kooten, Anton Corbijn, Isabelle Allende, Salman Rushdie, etc. Het zou een blamage zijn als Crossing Border voor de stad verloren gaat. Crossing Border ontvangt de komende vier jaar wel € 180.000,- van het Letterenfonds onder de voorwaarde dat ook de gemeente Den Haag een substantiële bijdrage levert. Het zou toch doodzonde zijn als Crossing Border dat geld misloopt? Dan is het einde verhaal.

Op het gebied van muziek wordt de rijke ensemblecultuur van deze stad een kopje kleiner gemaakt. O.a. Ciconia, Matangi, Ensemble Modelo en New Dutch Academy mogen fluiten naar subsidie. Opmerkelijk is dat Ciconia en Matangi door het Landelijk Fonds Podiumkunsten de hemel in worden geprezen en door onze adviescommissie de grond in geboord. Ik snap daar helemaal niets van.

Ik zou me ook hard willen maken voor het Popdistrict. Die doen al jaren wat de gemeente graag wil, namelijk zorgen dat de Grote Markt en omgeving het epicentrum van de Haagse popmuziek blijft met festivals op het plein en ieder weekend bijzondere bandjes in de kroegen. Het is toch bezopen dat we dat niet meer willen?

Ook bij de broedplaatsen dreigt een kaalslag. Degrade heeft in de Appelloods een unieke theaterbroedplaats opgezet, maar is afgewezen, net als Billytown dat in Broedplaats De Helena opereert. The Grey Space heeft in het centrum een plek voor de Haagse underground gecreëerd, maar die wordt daarvoor niet gehonoreerd. Het vermaarde collectief van Loos in de DCR is ook bij het grof vuil gezet en de broedplaats voor de jazz, de Regentenkamer, kan het ook wel schudden.

Welke oplossing heeft het college voor de gemeentelijke kunstcollectie die door Heden wordt beheerd als er straks geen subsidie meer is?

Met betrekking tot het Diamanttheater, Muzee en het Zuiderparktheater is de wethouder buiten zijn boekje gegaan. Nog voordat de raad het Kunstenplan heeft vastgesteld voert hij al een deel uit, namelijk het afserveren van de huidige initiatiefnemers met een open call voor nieuwe initiatiefnemers.

Ik ben ook helemaal niet overtuigd dat deze drie instellingen het zo slecht doen. Integendeel. We moeten ook waken voor kapitaalvernietiging en mogen best waardering hebben voor de inzet van de vele vrijwilligers. Zeker voor het Zuiderparktheater vind ik het plan voor een Open Call belachelijk. In het verleden is een commerciële partij als AT de mist in gegaan met het Zuiderparktheater, ook het LaakTheater is het destijds niet gelukt. We mogen blij zijn dat de huidige groep die actief is in het Zuiderparktheater de handschoen en verantwoordelijkheid heeft opgepakt en het theater weer tot leven heeft gewekt. Koester dat en steun dat.

Ik weet dat alle vijf coalitiepartijen de kunst een warm hart toedragen. “Een miljard voor de kunst”, schreef VVD-raadslid Det Regts in Den Haag Centraal. Zoveel is nu ook weer niet nodig, maar ik daag de coalitiepartijen wel uit om ieder 4 ton te vinden in de programmabegroting, zodat er 2 miljoen extra beschikbaar komt. Op een totale begroting van 2,5 miljard moet dat toch makkelijk kunnen? Ook van de wethouder, die van D66-huize is, een partij die kunst en cultuur hoog in het vaandel heeft staan, verwacht ik veel meer inzet dan we tot nu toe hebben gezien. Natuurlijk, hij heeft al een paar zaken rechtgezet (STET, Museum Bredius). Maar het is te mager.

Wat mij verder van het hart moet is dat we eigenlijk op een heel traditionele manier te werk gaan met dit Kunstenplan. Waarom voeren we geen Basisstructuur in voor de topinstellingen, zoals in Amsterdam en Rotterdam? Waarom zitten er ook kunsteducatie-instellingen in deze procedure? En wat te denken van de eenmalige festivals? Wat doet het Museon in Godsnaam in het Kunstenplan? En wat gaan we doen met de systeeminstellingen, zoals Stroom, Popradar en Cultuurschakel? De commissie heeft daar al iets over gezegd. En wat doen we met de instellingen die op het snijvlak van cultuur en andere beleidsterreinen zitten, en tussen wal en schip dreigen te vallen, zoals Humanity House? Ik hoop op een goede visie op al deze punten van het college.

Wat verder opvalt bij de totstandkoming van dit plan is dat het eigenlijk een onderonsje is tussen de kunstinstellingen en de gemeente. Een zeer gesloten circuit waar de mensen waar het in de kern om gaat niet bij betrokken worden. En daarmee doel ik op de makers en het publiek. Juist voor deze mensen doen we het, maar nergens zijn zij uitgedaagd om hun visie of wensen in te brengen.

En dan de adviescommissie zelf. Dat de leden onafhankelijk moeten zijn en van buiten Den Haag komen lijkt logisch, maar daarmee loop je het risico dat deze mensen geen flauw idee hebben hoe belangrijk sommige instellingen zijn voor de stad. Zeker de wat kleinere instellingen zijn voor hen grote onbekenden, wat tot pijnlijke afwijzingen heeft geleid.

 

In tweede termijn sprak Peter Bos de volgende tekst uit:

Voorzitter,

We hebben vorige week een zeer teleurstellend debat gevoerd in de commissie, wat helemaal niets heeft opgeleverd. Vandaar dat ik om deze tweede termijn heb verzocht.

Ik moet tot de conclusie komen dat deze wethouder voortdurend wegloopt voor zijn verantwoordelijkheid om de kunst en cultuursector in Den Haag overeind te houden. Een cultuurwethouder hoort pal te staan voor de sector en er te zijn als het nodig is.

Maar hij verstopt zich. Hij verschuilt zich achter een beleidskader, achter een adviescommissie, achter een advies, achter budgettaire kaders en achter procedures. Wat is dat voor duikgedrag? Stop met verstoppertje spelen wethouder, neem verantwoordelijkheid en zorg dat de kunst en cultuur in Den Haag toekomst heeft.

Straks hebben we Corona overwonnen, maar zijn twee spraakmakende festivals bezweken, is de danssector gekortwiekt, is er geen muziek meer op en rond de Grote Markt. Zijn veel broedplaatsen leeg gekomen en zijn de muziekensembles uit de stad verdwenen. Wil de wethouder dit op z’n geweten hebben?

Toen ik vannacht thuis kwam na een lange en vermoeiende raadsvergadering heb ik nog even nagedacht hoe ik vanmiddag het debat zou ingaan en waar ik de inspiratie vandaan moest halen om deze starre en formalistische wethouder op andere gedachten te brengen. Ik besloot het dikke boekwerk te gaan lezen met alle reacties van schrijvers en kunstenaars op het mogelijke verdwijnen van Crossing Border. Ondanks mijn vermoeidheid heb ik er ademloos in zitten lezen. Ik wist uit eigen ervaring wel dat Crossing Border een bijzonder festival was, maar de ware betekenis van dit festival werd me pas vannacht duidelijk.

Kees van Kooten, samen met Wim de Bie, een van de grootste kunstenaars die Den Haag ooit heeft voortgebracht, schreef: “Als Crossing Border straks verdwijnt en Wim de Bie is overleden, heb ik geen enkele reden meer om ooit nog naar Den Haag te komen.”

Ik las reacties van Arnon Grunberg en Bart Chabot. Van Anton Corbijn en noem maar op. Stuk voor stuk schreven zij zeer persoonlijke en ook emotionele ontboezemingen over dit festival. Over hoe belangrijk dit festival is geweest voor hun carrière. En naast alle literaire hotemetoten las ik ook veel ontroerende en gepassioneerde reacties van mij volstrekt onbekende mensen, met als rode draad dat dit festival mensen bij elkaar brengt, grenzen doorbreekt en inspireert. Dat Crossing Border en Den Haag vaak in een adem genoemd worden. Het festival waar het het hoge en het lage bij elkaar komen, waar Den Haag bij elkaar komt. En daar waar literatuur doorgaans een wat ouder en elitair publiek bedient, doorbreekt Crossing Border deze barrière. Dit is het enige festival waar een jong publiek in contact wordt gebracht met literatuur en juist in deze tijd van ontlezing en oppervlakkigheid is dat natuurlijk precies wat we willen.

We zien dezelfde miskenning van dit en andere essentiële zaken bij de beoordeling van veel andere instellingen die zijn afgewezen.

Juist de instellingen die jongeren en jeugd in aanraking brengen met kunst en cultuur worden afgeserveerd. De Dutch Dont Dance, Lonneke van Leth, Today’s Art en Beweigi bijvoorbeeld. Waarom? Waarom? Het is echt om gek van te worden dat een kunstcommissie dit belang niet heeft willen inzien.

Het blijft de komende jaren doorsukkelen met het lagere en middensegment. Aan de ene kant roept de adviescommissie op om deze kwetsbaarheid op te lossen, door dit segment te versterken, maar vervolgens doet ze dat niet.

Maar geen nood dacht ik, we hebben dan nog altijd een wethouder die de macht heeft om dit recht te zetten. Een wethouder van D66, een partij die kunst en cultuur en vooral het betrekken van jongeren bij kunst en cultuur hoog in het vaandel heeft staan. Maar wat doet hij? Niets. Helemaal niets. Als een Zeeuws meisje zegt hij: “Geen cent teveel”.

De antwoorden van de wethouder vorige week waren onthutsend. Geen visie op de toekomst van de systeeminstellingen, geen ideeën over het vierjaarlijkse subsidiecircus, geen oplossing voor het probleem van Fair Pay, geen ideeën over het daadwerkelijk realiseren van stappen op het gebied van inclusie, geen visie over kunst op het snijvlak van andere maatschappelijke opgaven en tussen wal en schip dreigt te vallen, geen visie op cultuureducatie. Alles wordt vooruit geschoven, naar commissies en werkgroepen, maar iets van een visie, laat staan oplossingen krijgen we niet.

Neem het grote probleem van Fair Pay. De gemeente Rotterdam heeft zo’n 3 miljoen extra ter beschikking gesteld om Fair Pay te helpen slagen in Rotterdam. Het onderzoek dat de Haagse wethouder zelf heeft laten uitvoeren naar Fair Pay beveelt aan om ook in Den Haag geld ter beschikking te stellen voor Fair Pay. Maar ook dat wordt door wethouder van Asten genegeerd. Wel eisen van alle instellingen dat ze Fair Pay gaan toepassen, maar extra geld, ho maar. Ik vind dat gênant en schaamteloos. Je moet maar durven.

Dan de hamvraag. Is de wethouder in overleg met de wethouder Financiën om wat extra geld beschikbaar te krijgen? Heeft hij met z’n vuist op tafel geslagen om dat voor elkaar te krijgen? Waarom laat de rest van het college hem vallen? Wel profiteren van de sociale, economische, en educatieve voordelen van kunst en cultuur, maar van enige solidariteit binnen het college is geen sprake. We lezen over de tientallen miljoenen waarmee dit college Monopoly en Simcity speelt. Projecten waarbij de miljoenen je om de oren vliegen. 137 miljoen voor het openbaar vervoer naar de Binckhorst, 900 miljoen voor de Rotterdamsebaan, 210 miljoen voor Amare, 600 miljoen opbrengst verkoop Eneco, 24 miljoen om een asfaltcentrale te verplaatsen uit de Binckhorst. Maar 2 miljoen extra voor de software, voor de met hart en ziel gemaakte kunst in deze stad, voor de geestelijke en culturele ontwikkeling van de Haagse bevolking is teveel gevraagd. Ik kan maar tot 1 conclusie komen, voorzitter: Het is een schande. Een grote schande.

 

Nawoord:

Met het Kunstenplan van wethouder van Asten dreigen veel kleinere en middelgrote instellingen het onderspit te delven omdat het geld vooral naar de grote gevestigde instituties gaat. De Haagse Stadspartij wilde samen met een meerderheid, waaronder enkele coalitiefracties, deze verschraling met een wijzigingsvoorstel voorkomen, maar de wethouder dacht daar een stokje voor te kunnen steken door vlak voor de behandeling met een juridisch advies te wapperen waaruit zou blijken dat de raad niet meer zou mogen tornen aan het collegevoorstel. Zeer discutabel natuurlijk – de raad heeft immers het budgetrecht en besluit over de uiteindelijke samenstelling van het kunstenplan – maar de twijfel was gezaaid en de behandeling van het kunstenplan werd op het laatste nippertje van de raadsagenda afgevoerd. Maar van uitstel komt in dit geval zeker geen afstel. Hier is het laatste woord nog niet over gezegd!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.