Den Haag profileert zich graag als groene stad aan zee. Ondanks de maatregelen uit het nieuwe groenbeleid ‘Agenda groen voor de stad’ blijkt uit nieuw onderzoek en een kaart van het RIVM over de hoeveelheid groen binnen de bebouwde kom dat Den Haag van de 388 onderzochte gemeenten op een schamele 372e plek staat. Aanleiding voor Haagse Stadspartij raadslid Gerwin van Vulpen om schriftelijke vragen aan het college te stellen.

Van Vulpen: “Deze slechte score toont aan dat extra maatregelen nodig zijn! Met zo’n score zouden we als groene stad aan zee geen genoegen moeten nemen. Ook maak ik me grote zorgen over het feit dat het groen zo slecht verdeeld is over de stad. Bewoners van de Schilderswijk, waar veel mensen het al niet breed hebben, lopen ook grotere gezondheidsrisico’s doordat zij minder groen in de wijk hebben. Dat vind ik onacceptabel!”.

Het raadslid de heer Van Vulpen heeft op 3 augustus 2017 een brief met daarin vijf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht. Overeenkomstig artikel 30 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.

Den Haag profileert zich graag als groene stad aan zee. Ondanks de maatregelen uit het nieuwe groenbeleid ‘Agenda groen voor de stad’ blijkt uit nieuw onderzoek en een kaart van het RIVM naar de hoeveelheid groen binnen de bebouwde kom dat Den Haag van de 388 onderzochte gemeenten op plek 372 staat. Geen score waar een groene stad aan zee tevreden mee zou moeten zijn. Op basis van artikel 30 van reglement van orde leg ik het college de volgende vragen voor:

1. Heeft het college kennisgenomen van het hierboven genoemde onderzoek naar de hoeveelheid groen binnen de bebouwde kom?

Ja. Het bericht van RTL Nieuws is ons bekend. Voor zover wij hebben kunnen nagaan is het bericht gebaseerd op gegevens van Wageningen Universiteit, niet op gegevens van RIVM. Zie verder antwoord op vraag 4.

2. Welke andere maatregelen dan aangekondigd in de Agenda ‘Groen voor de stad’ gaat het college nemen om meer groen binnen de grenzen van de bebouwde kom toe te voegen? Graag vernemen we concrete voorstellen voor bijvoorbeeld het planten van nieuwe bomenrijen of ecologische verbindingszones.

Over de voortgang en maatregelen voor Extra Groen bent u geïnformeerd in de brief d.d. 7 juni 2017 Versterking van het Haagse Groen (RIS 297155). In 2016 en 2017 is met het budget Extra Groen circa 7.000m² buitenruimte vergroend. Naast Extra Groen leveren ook de programma’s Pleinenaanpak en Stadsentrees een bijdrage aan het toevoegen van groen in de stad. Enkele concrete voorbeelden zijn (in 2016 gerealiseerd): Hoefkade, Heeswijkplein, Slachthuisplein, Tivolistraat, Palaceplein en Kamperfoelieplein.

3. Welke mogelijkheden ziet het college om het groen beter te spreiden over de stad? Ook hier graag weer concrete voorstellen.

De beschikbare middelen voor Extra Groen zijn inzetbaar in de hele stad. Locaties voor Extra Groen worden bepaald zoals aangegeven in bovengenoemde brief Versterking van het Haagse Groen (RIS 297155). Daaruit volgt dat in alle stadsdelen groen wordt toegevoegd op locaties die worden voorgedragen in wijk- of stadsdeelplannen. Bij riolerings- of herinrichtingsprojecten worden de mogelijkheden voor het toevoegen extra groen eveneens benut (werk met werk). Voorbeeld van betere spreiding van het groen over de stad is het toevoegen van groene openbare ruimte in de Binckhorst en het criterium van natuur-inclusief bouwen voor nieuwbouw, onder meer toegepast in de Binckhorst.
Daarnaast wordt het groene karakter van Den Haag ook versterkt door het verbeteren de toegankelijkheid en bekendheid van groene parels die in en rond de stad liggen, zoals Nationaal Park Hollandse Duinen. Bijvoorbeeld door de samenwerking met organisaties en overheden in het gebied.

4. Welke plek zouden wij als stad moeten ambiëren in de ranglijst van gemeenten naar de hoeveelheid groen die zij binnen de bebouwde kom hebben? Is het college met mij van mening dat deze ambitie het uitgangspunt zou moeten vormen van ons groenbeleid?

Om deze vraag te beantwoorden is het zinvol om meer te weten over hoe de index tot stand is gekomen. De index is bepaald voor gebieden binnen de bebouwde kom. De grote groen- en bosgebieden rondom én in de stad zijn buiten beschouwing gelaten. De score zegt daarmee niets over hoe groen de stad als geheel is, alleen over hoe groen de bebouwde delen van de stad zijn en wordt dus sterk bepaald door de periode waarin (delen van) de stad gebouwd zijn. Het is dan ook niet verrassend dat alle gemeenten met een hoge bebouwingsdichtheid laag op de lijst staan, zoals de kustplaatsen Westland, Zandvoort, Katwijk en Velsen. Van de drie grote steden Amsterdam, Rotterdam en Den Haag scoort Den Haag nog het beste (meeste groen).
Bij het bepalen van onze ambities laten wij ons niet leiden door een ranglijst gebaseerd op één onderzoek dat beperkt is tot een groenindex voor sterk verstedelijkte bebouwde kom. De ambities en uitgangspunten van ons groenbeleid zijn recent door u vastgesteld in de Agenda Groen voor de Stad en de Agenda Ruimte voor de stad.

5. Welke gevolgen heeft de score van ‘weinig groen’ voor de klimaatbestendigheid van de stad? De score heeft geen nieuwe gevolgen voor de klimaatbestendigheid van de stad.

De klimaatbestendige stad is een belangrijke prioriteit in de uitvoering van ons beleid. Daarvoor werken wij zelf aan vergroening en stimuleren wij anderen om dat ook te doen (o.a. subsidieregeling groene daken en financiering Operatie Steenbreek). Meer informatie over de genomen maatregelen voor de klimaatbestendige stad is aan u gerapporteerd in de jaarverslagen Milieu en Duurzaamheid (2015, RIS 293897 en 2016, RIS 297410).

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris,       de burgemeester,

Annet Bertram   Pauline Krikke

Uw reactie

Kopieer de cijfers e/o symbolen *^*