Wethouder Richard de Mos profileerde zich in het AD van donderdag 7 februari (‘Ik ben geen houthakker.’) als groene wethouder ondanks dat de kastanjes op de Noordwal volgens hem gekapt moeten worden.  Dit college zou zorgen dat er in het Haagse Bos 8000 bomen bij komen, was zijn stelling. Maar het Haagse Bos valt onder Staatbosbeheer; daar gaat de wethouder helemaal niet over. En bosbeheer is iets heel anders dan het beheer van straatbomen. Bij bosbeheer worden namelijk altijd veel meer bomen aangeplant dan dat er na natuurlijke selectie en dunning overblijven. “De wethouder beroept zich dus op een fictief aantal bosbomen waar hij helemaal niet over gaat, terwijl hij wordt aangesproken op het kappen van een concreet aantal straatbomen waar hij wel over gaat.”, aldus fractievoorzitter Joris Wijsmuller die hierover schriftelijke vragen heeft gesteld.

Kritiek op Staatsbosbeheer

Staatsbosbeheer ligt momenteel onder vuur vanwege haar gewijzigde bosbeleid. Door teruglopende subsidies de afgelopen jaren worden er steeds meer bomen geplant voor de houtkap: het hout en de biomassa worden verkocht. De Haagse Stadspartij wil weten van het  college hoeveel hectare bos Staatsbosbeheer in Den Haag beheert, hoeveel bomen Staatsbosbeheer het afgelopen jaar en dit jaar in Den haag in totaal wil kappen, en wat er gebeurt met al het hout dat Staatsbosbeheer jaarlijks afvoert. Wijsmuller wil ook weten wie er nu eigenlijk toezicht houdt op Staatsbosbeheer, en wat de rol van de gemeente hierbij is.

Hieronder de schriftelijke vragen aan het college.

Schriftelijke vragen: Staatsbosbeheer en ‘Ik ben geen houthakker’
Indiener: Joris Wijsmuller, Haagse Stadspartij

Datum: 7 februari 2019

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Naar aanleiding van de artikelen “Ik ben geen houthakker” (https://www.ad.nl/den-haag/richard-de-mos-over-bomenkap-noordwal-ik-ben-geen-houthakker~aecf81e4/), waarin de wethouder stelt dat er in het Haagse Bos 8000 nieuwe bomen bij komen, en ‘Zware kritiek van oud directeur Staatsbosbeheer op houtkap’ (https://nieuwsbladdekaap.nl/lokaal/zware-kritiek-van-oud-directeur-staatsbosbeheer-op-houtkap-545338) stelt het raadslid Joris Wijsmuller overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde de volgende vragen:

1) Is het college bekend met beide artikelen?

2) Aanplant in bosverband is volgens het college (RIS 29891) niet vergelijkbaar met de aanplant van straatbomen. Het aantal lijkt snel hoog, maar dit is gebruikelijk om te komen tot een gevarieerd volwassen bos waarbij de beste exemplaren na natuurlijke selectie en dunning overblijven. Het totale saldo van dunning, aanplant en selectie is dus niet aan te geven. Waarom beroept de wethouder zich op een fictief aantal bosbomen als hij wordt aangesproken op het kappen van een concreet aantal straatbomen?

3) Is het beheer van het Haagse Bos überhaupt een verdienste van de wethouder, zoals hij in het artikel suggereert, of valt dit volledig onder verantwoordelijkheid van Staatsbosbeheer?

4) Staatsbosbeheer krijgt veel kritiek op haar gewijzigde bosbeleid. Dit wordt verklaard doordat natuurbeheerorganisaties van de rijksoverheid onder de laatste kabinetten veel minder subsidie krijgen, en vanwege de financiële drijfveer de houtkap is toegenomen: het hout en de biomassa worden verkocht. Staatsbosbeheer is zo productie gedreven geworden, het ombouwen van natuurbos naar productiebos is een gevolg van de opgelegde marktwerking. Kan het college aangeven hoeveel hectare bos Staatsbosbeheer in Den Haag beheert, hoeveel bomen Staatsbosbeheer het afgelopen jaar en dit jaar in Den haag in totaal wil kappen, en wat er gebeurt met al het hout dat Staatsbosbeheer jaarlijks afvoert?

5) Wie houdt er toezicht op het bosbeleid van Staatsbosbeheer in Den Haag? En welke rol heeft de gemeente hierbij?

Joris Wijsmuller
Haagse Stadspartij

Uw reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.