Krachtwijkengeld komt niet ten goede aan kinderen

Haagse Stadspartij schrikt van slechte score van de leefsituatie voor kinderen in de Haagse krachtwijken. Het college wordt om opheldering gevraagd.

Update: De vragen zijn beantwoord.

 

Volgens het onlangs verschenen “Databoek Kinderen in Tel 2012” van het Verwey-Jonker instituut staat Den Haag met zes wijken in de Top 25 van de slechtste wijken van Nederland. Het onderzoek brengt de leefsituatie van de jeugd per gemeente en wijk in beeld. Zaken als speelruimte, kindermishandeling, kinderen binnen de jeugdzorg, achterstandsleerlingen, kinderen in uitkeringsgezinnen, jeugdwerkloosheid, tienermoeders, kindersterfte en jeugdcriminaliteit zijn daarbij belangrijke indicatoren. Joris Wijsmuller, fractievoorzitter van de Haagse Stadspartij: “De gemeente heeft veel geïnvesteerd in de zogenaamde Krachtwijken. Voor de kinderen uit die wijken heeft dat kennelijk niet veel opgeleverd, want bijna alle Krachtwijken staan in de Top 25 van de slechtste wijken van Nederland.” De Haagse Stadspartij heeft hierover schriftelijke vragen ingediend.

BEANTWOORDE SCHRIFTELIJK VRAGEN
Aan de voorzitter van de gemeenteraad

Den Haag, 17 juni 2012
Betreft: Kinderen in Tel 2012 en krachtwijkenaanpak

Geachte voorzitter,

Vrijdag 15 juni 2012 verscheen het Databoek Kinderen in Tel 2012 van het Verwey-Jonker instituut. Dit onderzoek brengt aan de hand van gegevens over twaalf indicatoren gebaseerd op het VN-kinderrechtenverdrag de leefsituatie van de jeugd per gemeente en wijk in beeld. De indicatoren gaan o.a. over speelruimte,
kindermishandeling, kinderen en jongeren binnen de jeugdzorg, achterstandsleerlingen, kinderen in uitkeringsgezinnen, jeugdwerkloosheid,
tienermoeders, kindersterfte en jeugdcriminaliteit. Den Haag scoort met 6 wijken in de top 25 van de slechtste wijken (van de ruim 4000) voor kinderen niet zo best.
Naar aanleiding hiervan wil ik onder verwijzing naar artikel 38 van het reglement
van orde het college de volgende vragen voor leggen.

Inzake: Kinderen in Tel 2012 en de krachtwijkenaanpak

Het raadslid de heer G.H.M. Wijsmuller heeft op 17 juni 2012 een brief met daarin twaalf vragen aan de voorzitter van de gemeenteraad gericht.
Overeenkomstig artikel 38 van het reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad, beantwoordt het college deze vragen als volgt.
Vrijdag 15 juni 2012 verscheen het Databoek Kinderen in Tel 2012 van het Verwey‐Jonker instituut. Dit onderzoek brengt aan de hand van gegevens over twaalf indicatoren gebaseerd op het VNkinderrechtenverdrag de leefsituatie van de jeugd per gemeente en wijk in beeld. De indicatoren gaan o.a. over speelruimte, kindermishandeling, kinderen en jongeren binnen de jeugdzorg, achterstandsleerlingen, kinderen in uitkeringsgezinnen, jeugdwerkloosheid, tienermoeders, kindersterfte en jeugdcriminaliteit. Den Haag scoort met 6 wijken in de top 25 van de slechtste wijken (van de ruim 4000) voor kinderen niet zo best. Naar aanleiding hiervan wil ik onder verwijzing naar artikel 38 van het reglement van orde het college de volgende vragen voor leggen.

1. Heeft het college kennisgenomen van het Databoek Kinderen in Tel 2012?

Ja.

2. In het onderzoek wordt gebruik gemaakt van postcodegebieden, maar deze zijn soms gekoppeld aan verkeerde namen (bv: 2515 Huygenspark, moet zijn Stationsbuurt;2571 Oostbroek‐zuid, moet zijn Transvaal‐Noord; 2516 Binckhorst, moet zijn Laak‐Noord). Deze storende fouten zijn door diverse media klakkeloos overgenomen. Kan het college dit bevestigen? Zo ja, is het college bereid om contact met het Verwey‐Jonker instituut op te nemen om dit te corrigeren? Zo nee, waarom niet?

Het college kan bevestigen dat de gebiedsaanduiding in het databoek niet overeenkomt met de indeling die door de gemeente Den Haag wordt gebruikt. Het Verwey-Jonker Instituut maakt gebruik van de viercijferige postcode indeling, terwijl de gemeente Den Haag de CBS-wijk- en buurtindeling hanteert. Het college gaat het Verwey-Jonker Instituut verzoeken om in persberichten waarin deze postcode indeling wordt gebruikt nadrukkelijk te vermelden dat de benaming van gebieden en dus ook de berekeningen afwijkend kunnen zijn van de lokale gehanteerde indeling.

3. Is het college met mij van mening dat Kinderen in Tel op zich wel een goede graadmeter is voor de effecten van lokaal beleid voor de leefsituatie van kinderen? Zo nee, op welke manier wil het college dit voor Den Haag inzichtelijk maken?

Het college is, evenals de opstellers van Kinderen in Tel, van mening dat het databoek Kinderen in Tel geen graadmeter is voor lokaal beleid voor de leefsituatie van kinderen.
Het databoek levert een beeld op van de leefsituatie van kinderen in een betreffend jaar, laat een ontwikkeling in de tijd zien en het biedt de mogelijkheid tot benchmarking. Daarnaast zet het databoek aan tot een integraal lokaal jeugdbeleid met als uitgangspunt de kinderrechten. Het door de raad vastgestelde Programma Jeugd en Gezin voorziet hierin. Het boek beschikt niet over informatie over lokale effecten en een toelichting hierop, waardoor een vertekend beeld kan ontstaan van een situatie.
Het gemeentelijke rapport ‘Staat van de Jeugd’ geeft de ontwikkelingen in de tijd weer op diverse jeugdterreinen op basis van Haagse beschikbare gegevens en bevat waar beschikbaar een toelichting.
De Staat van de Jeugd 2012 wordt u in het laatste kwartaal tegelijkertijd met de voortgangsrapportage Jeugd en Gezin aangeboden.

4. Kan het college aangeven waarom de wijk Stationsbuurt (postcodegebied 2515) op de derde plaats staat?

Nee, de scores per wijk worden opgevraagd bij het Verwey-Jonker Instituut. Vervolgens wordt nagegaan op welke onderdelen postcodegebied 2515 slecht scoort en wat hiervoor een verklaring zou kunnen zijn. Deze verklaring wordt verwerkt in een Signaal2 over Kinderen in Tel dat u in september wordt toegezonden.

5. Kan het college bevestigen dat alle Haagse wijken in de top 25 (respectievelijk 2515
Stationsbuurt, 2526 Schilderswijk‐Noord, 2571 Transvaal‐Noord, 2532 Moerwijk‐Zuid, 2533 Zuiderpark en 2525 Schilderswijk‐West) in krachtwijken liggen?

Ja.

6. In 2008 is een raamovereenkomst gesloten tussen Gemeente, Rijk en Corporaties met als doel om in de krachtwijken 1,4 miljard in 10 jaar te investeren. Inmiddels is het rijksbeleid gewijzigd en stellen gemeente en corporaties hun plannen om financiële redenen bij. Hoeveel geld is op dit moment nog zeker voor de Haagse wijkaanpak, en hoeveel geld daarvan komt direct ten goede aan kinderen?

De gemeente heeft toegezegd de middelen die zijn gelabeld voor de wijkaanpak daarvoor beschikbaar te houden (Besluit tweede fase wijkaanpak (4 oktober 2011, RIS 181395)). De gemeente besteedt dus niet minder aan de wijkaanpak. De bestemmingsreserve Krachtwijken (het Krachtwijkenfonds) bedraagt € 113,5 miljoen.
De opstellers van Kinderen in Tel benadrukken dat “de gegevens van Kinderen in Tel niet de effectiviteit van het lokale jeugdbeleid meten, maar dat zij een stimulans kunnen zijn voor de gemeentelijke en provinciale overheid om actie te ondernemen op die terreinen waar de kwantitatieve gegevens tekortkomingen laten zien. De data kunnen een legitimering bieden voor investeringen op bepaalde onderdelen van het jeugdbeleid.”(bron: Kinderen in Tel, databoek 2007, p.11) Een Signaal is een samenvatting en analyse van de onderzoeksafdeling van OCW.
Hoeveel geld binnen de wijkaanpak direct ten goede komt aan kinderen is niet precies te zeggen. Wel is zeker dat dit een aanzienlijk deel zal zijn. Zo komt de ontwikkeling van brede scholen in alle vier de krachtwijken vooral kinderen ten goede. Dat geldt ook voor de brede buurtzone en de campus Teniersplantsoen in de Schilderswijk en het Tweede Koorenhuis in Zuidwest. Ook diverse bewonersprojecten die in het kader van de ideeënwedstrijden zijn ingediend, richten zich speciaal op kinderen.

7. Hoeveel geld en hoeveel projecten in het kader van de wijkaanpak wordt in totaal ingezet voor de Stationsbuurt? Welke van deze projecten komen direct ten goede aan kinderen?

De volgende projecten worden specifiek ingezet voor de Stationsbuurt:

– brede buurtschool-plus: 3,68 miljoen voor de nieuwbouw, plus € 175.000 voor het programma

activiteiten
– Internationale Entree Hollands Spoor: dit wordt niet gefinancierd uit de wijkaanpak
– Sigmalocatie: € 2,7 miljoen (ISV-geld)
– Maaslaantjes: € 4,2 miljoen (ISV-geld)
– bewonersparticipatie: € 245.482 (stand 1 januari 2012).
Deze projecten komen direct of indirect ten goede van kinderen. Voor de stedelijke business cases (Schoon heel en veilig; Handhaving; Veiligheid; Gezondheid en Sport; Multiprobleemhuishoudens;
Re-integratie en Inburgering) zijn de middelen moeilijk uit te splitsen naar wijk. De inzet op multiproblematiek bijvoorbeeld zal kinderen helpen stabieler op te groeien en het Haagse gezondheidsprogramma geeft kinderen een stimulans om op hun gezondheid te letten, verstandig te eten en meer te bewegen.

8. Naast de investeringen in het kader van de wijkaanpak wordt zowel landelijk als lokaal veel bezuinigd op voorzieningen voor kinderen (bv op naschoolse opvang, kinderopvang, bibliotheken, welzijnswerk, cultuureducatie). Kan het college voor de Stationsbuurt aangeven hoe de investeringen in het kader van de wijkaanpak zich verhouden tot bezuinigen op sociaal, maatschappelijk en cultureel gebied? Zo nee, waarom niet?

Nee, dit inzicht is niet mogelijk. Er zijn generieke kortingen in de gemeentebegroting op diverse budgetten die op stadsdeelniveau worden geïmplementeerd en niet op wijkniveau. Daarnaast zijn de rijksbezuinigingen die in de vraagstelling worden genoemd ook niet te herleiden naar het niveau Stationsbuurt. Wel willen wij benadrukken dat er vanuit de gemeentebegroting geen voorzieningen in
de Stationsbuurt worden gesloten en er ook niet wordt bezuinigd op cultuureducatie in de Stationsbuurt. Er wordt daarentegen wel fors geïnvesteerd in de Stationsbuurt, zie hiervoor het antwoord bij vraag 7.

9. De ontwikkeling van de brede buurtschool is een belangrijke pijler in de wijkaanpak, en het college zet massief in op de ontwikkeling van de brede buurtschool als voorbeeld van ontkokering en het combineren van inspanningen en geld om kosten te reduceren. Kan het college aangeven of en zo ja op welke manier de effecten van de brede buurtschool voor verbetering van de leefsituatie van kinderen wordt gemeten? Zo nee, waarom niet?

Het is erg ingewikkeld en kostbaar om de directe relatie tussen brede buurtschool ontwikkeling (in al zijn varianten) en de verbetering van de leefsituatie van kinderen te onderzoeken. Vandaar dat enkele jaren geleden gekozen is om te beginnen met het monitoren van het proces en resultaten op de brede buurtscholen die het Leerkansenprofiel (LKP) hebben ingevoerd. Tot nu toe zijn er twee metingen op de LKP scholen uitgevoerd. Vanaf dit jaar wordt het onderzoek uitgebreid met andere brede buurtschool ontwikkelingen (zaterdag- en zomerscholen in het basisonderwijs en brede buurtschool ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs). Naast kwantitatieve gegevens over activiteiten, deelnemers en samenwerkingspartners, wordt ook het proces op de scholen gevolgd. In 2013 wordt een verdiepende monitor uitgevoerd, waarin ook gegevens over leerprestaties en sociaal emotionele ontwikkeling van leerlingen (alleen basisonderwijs) en de tevredenheid van ouders, leerlingen en personeel wordt meegenomen.

10. Vanuit de onderwijswereld gaan geluiden op dat het concept brede buurtschool mislukt omdat het te verbrokkeld is. Het concept integraal kindcentrum gaat een stap verder: een brede school voorziet in verschillende voorzieningen voor kinderen; op een integraal kindcentrum werken deze gezamenlijk aan dezelfde doelen en in hetzelfde klimaat. Kan het college aangeven of het gemeentelijk beleid op deze onderwijsontwikkeling aangepast gaat worden? Zo nee, waarom niet?

Het college herkent zich niet in de door de vragensteller gesignaleerde geluiden. Een doelstelling van het Haagse brede buurtschool beleid is het uitbreiden en verbeteren van het educatieve aanbod voor kinderen, liefst vanuit één pedagogisch-didactische visie. Idealiter worden onderwijs, opvoeding en ontspanning daarbij gecombineerd in integrale dagarrangementen; dit biedt kansen voor kinderen en komt ook tegemoet aan wensen van ouders die opvoeding van kinderen en werk willen combineren.
Het vormgeven van dagarrangementen vereist nauwe samenwerking tussen verschillende partijen rondom de brede buurtschool (of ze nu wel of niet onder één dak gehuisvest zijn). Op lokaal niveau proberen we samenwerking tussen partijen zoveel mogelijk te stimuleren en eventuele barrières weg te nemen.
De vorming van een IKC gaat een stap verder. In een IKC wordt voor 0-12 jarige kinderen een totaalpakket geboden (op gebied van educatie, opvang en ontwikkeling), waarbij er geen institutionele en organisatorische verdeling tussen organisaties meer is. Op dit moment zijn er nog veel institutionele, financiële en juridische belemmeringen die de vorming van IKC’s in de weg staan.
Rondom enkele brede buurtscholen in Den Haag zijn schoolbestuur, welzijn en kinderopvang aan het nadenken over het doorontwikkelen van een brede buurtschool naar een integraal indcentrum. Wij zijn bereid om in dit proces mee te denken en zo mogelijk te helpen in het slechten van barrières. Dit kan echter niet alleen op lokaal niveau geregeld worden.

11. Het Databoek Kinderen in Tel 2012 is volgens de opstellers een stimulans om het gemeentelijk jeugdbeleid zo te formuleren dat in tijden van bezuinigingen geen kind buiten spel zal raken. Is het college bereid om naar aanleiding van de slechte score van een aantal Haagse wijken in het rapport het jeugdbeleid aan te scherpen? Zo nee, waarom niet?

De positie van Den Haag is in het databoek 2012 (gegevens 2010) verbeterd ten opzichte van de positie in het databoek 2010 (gegevens 2008). Den Haag is van plaats 2 naar plaats 4 opgeschoven. De slechtst scorende gemeente staat op 1. Moerwijk Zuid, de in het databoek 2010 slechtst scorende buurt van Nederland, staat inmiddels buiten de top 10. In plaats van vijf wijken in de top 10 uit het databoek 2010 (Moerwijk Zuid, Zuiderpark, Schilderswijk Noord, Huygenspark en Morgenstond Zuid) zijn nu drie Haagse wijken in de top 10 opgenomen (Schilderswijk Noord, Huygenspark en Oostbroek Zuid). Het aantal Haagse wijken in de top 100 is gedaald van plaats 18 naar 13.
Op negen van de twaalf indicatoren is voor Den Haag een verbetering zichtbaar. De belangrijkste verbeteringen betreffen een daling van het percentage voortijdig schoolverlaters van 5,36% naar 4,95% en het aantal kinderen in de Jeugdzorg in Den Haag is, tegen de landelijke trend in, gedaald.
In het door de raad vastgestelde Programma Jeugd en Gezin staan de actiepunten die het college in de periode 2011-2014 uitvoert waardoor geen kind buiten spel zal moeten raken. Zoals bij vraag 3 aangegeven, levert het databoek een beeld op en is het geen graadmeter. Het college ziet naar aanleiding van de aanzienlijke verbetering in het databoek geen reden om het jeugdbeleid aan te scherpen.

12. Is het college met mij van mening dat het krachtwijkengeld meer moet worden ingezet om de leefsituatie van jongeren te verbeteren? Zo nee, waarom niet? En zo ja, wanneer kan de raad hiervoor voorstellen verwachten?

Het verbeteren van de leefsituatie van jongeren is een belangrijk aandachtspunt in de wijkaanpak. Met het besluit tweede fase van de wijkaanpak is vastgesteld dat extra aandacht uit moet (blijven) gaan naar jongeren en onderwijs. Dit is pijler twee in de tweede fase. Tevens is er in pijler drie aandacht voor de multi probleem huishoudens waarbij het uitgangspunt één gezin, één coach en één plan geldt.
Ook in pijler vijf (leefbaar wonen in de Schilderswijk) gaat vervolgens extra aandacht uit naar jongeren. Het gaat hier dan met name om het bieden van perspectief op onderwijs en arbeidsmarkt. Zie ook verder vraag 6.

Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris, de burgemeester,
mw. A.W.H. Bertram J.J. van Aartsen

Reacties:

1. Op 2012-07-06 17:36:51 schreef simon de wit:

ik vraag mij af,wat gebeurd er in het kortenbosch NIETS voor de jeugd ik train al 40 jaar jongeren belangeloos in een ruimte aan de zhb hoven welke ik om niet heb van staedion en voor de rest is er niets waarom geen leerwerkplan voor metselaars straat makers monteurs ik heb voor mijn werk de stadsspeld en de ridder orde van oranje nassau gekregen ik wil die dingen graag inruilen vor dat ze meer voor de jeugd gaan doen ,en het worst nog steeds erger met de criminaliteit dat beloof ik je en wat doen we bla bla bla kakelen als kippen zonder kop ,wanneer staat er nu8n eens een wethouder op die iets gaat doen ,als ze zelf hun poen maar hebben schofterig je mag deze mail gerust pubiliseren en kom anders eens met mij praten siem de wit zhb hoven 9 tel 0703601520

2. Op 2012-12-03 21:39:06 schreef siem de wit:

weer 12miljoen naar het schilderswijk hoera en wat met de andere wijken zo als kortenbosch

Reageer

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.