Gaat opdelen van woningen voor verhuur gewoon door?

In juni 2019 nam de gemeenteraad de huisvestingsverordening 2019 aan. Hierin is ook een verbod op het splitsen van woningen opgenomen voor bijna geheel Den Haag. De Haagse Stadspartij ziet echter dat na de ingangsdatum van 1 juni 2019 nog steeds aanvragen voor splitsing in behandeling worden genomen én nog belangrijker, ook toegekend. Fractievertegenwoordiger Tim de Boer: “Het is voor de burger niet meer te begrijpen wanneer je nu wel of niet mag splitsen. Dit maakt het voor inwoners van Den Haag ook geheel onduidelijk waar zij aan toe zijn en welke rechten zij hebben”.

In de huidige situatie worden omgevingsvergunningen voor splitsing wel toegekend, alleen om er daadwerkelijk gebruik van te kunnen maken is ook een woningsvormingvergunning nodig. De aanvragen hiervoor worden niet gepubliceerd en het is onduidelijk of er controle is. Fractievertegenwoordiger Tim de Boer: “Is er wel controle op de vergunningen? Of kunnen eigenaren gewoon splitsen en de gesplitste woningen verhuren? Dat laatste zien we in een paar concrete gevallen al gebeuren”. De Haagse Stadspartij heeft daarom de onderstaande vragen over het vergunningsproces en de controle daarop gesteld.

Ook ziet de Haagse Stadspartij een grote toename in het aanvragen van woningonttrekking voor de onzelfstandige verhuur. Dit lijkt het nieuwe verdienmodel te zijn voor de huisjesmelkers. “Door eerst een woning om te zetten naar kamerverhuur en vervolgens een dakopbouw met nog meer kamers aan te vragen omzeilen vastgoedeigenaren de regels. Ze gaan zo lijnrecht in tegen de oorspronkelijke ideeën achter de regeling voor dakopbouwen, namelijk letterlijk ruimte maken waardoor gezinnen in de stad kunnen blijven”. Ook lijken de kamers gebruikt te worden voor korte verhuur o.a. in de toeristische sector. Wij vragen ons af wat de regels voor de kortdurende verhuur zijn.

Gelukkig zien steeds meer partijen de gevolgen van het huidige kamerverhuurbeleid. We vragen ons af of het beleid wel duidelijk genoeg is en voldoende rekening houdt met de omgeving.  En of de wethouder van plan is op korte termijn actie te ondernemen om splitsing en kamerverhuur echt aan banden te leggen.

Schriftelijke vragen: Handhaving Splitsingsverbod
Indiener: Peter Bos

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 1 juli 2019 is de nieuwe huisvestingsverordening in Den Haag ingegaan. Daarin is een verbod tot het splitsen van woningen opgenomen. Tussen de vragen kan de vragensteller nog nadere tekst invoegen. Deze mag de mening van de partij weergeven. Er worden echter nog steeds aanvragen voor splitsing  in behandeling genomen en verleend ondanks dat de adressen liggen in de wijken waar het splitsingsverbod geldt. Hierover stel ik overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde de volgende schriftelijke vragen:

  1. Is het college bekend met de bijgevoegde, verleende, vergunningen voor woningsplitsing in de Van Swietenstraat, Stortebekerstraat en Daguerrestraat?
  2. Klopt het dat je als eigenaar wel een omgevingsvergunning kan aanvragen voor splitsing en deze dus ook verleend kan krijgen ook al ligt het pand niet in de gebieden waar gesplitst mag worden?
  3. Hoeveel omgevingsvergunningen voor het splitsen van woningen in meerdere woningen zijn er sinds het ingaan van het splitsingsverbod op 1 juli 2019 aangevraagd, in behandeling, afgewezen en verleend?
  4. Vervolgens dien je als eigenaar ook nog een woningvormingsvergunning aan te vragen. Klopt dat?
  5. Hoeveel woningvormingsvergunningen zijn er sinds het ingaan van het splitsingsverbod op1 juli 2019 aangevraagd, in behandeling, afgewezen en verleend?
  6. Waarom worden de aanvragen voor woningvormingsvergunningen niet gepubliceerd als gemeentebericht?
  7. Klopt het dat deze verplichting op veel verschillende manieren wordt vermeldt in de omgevingsvergunning zoals in de meegestuurde vergunningen te zien is?
  8. Is het college het met mij eens dat dit willekeur en onduidelijkheid veroorzaakt bij de aanvragers? Waarom is er geen standaardformulering?
  9. Hoe controleert het college dat eigenaren hun pand niet gewoon splitsen en verhuren zonder de betreffende woningvormingsvergunning? Zoals het geval lijkt te zijn in de Van Swietenstraat? ( zie bijlage onder de vragen)
  10. Welke sanctie staat er op het niet hebben van een woningvormingsvergunning?
  11. Hoe vaak is deze sanctie al opgelegd?
  12. Is het college het met mij eens dat deze werkwijze erg veel tijd kost , tot onbegrip kan leiden en misbruik in de hand werkt?
  13. Is het college het eens dat het omdraaien van de procedure veel helderder zou zijn? Namelijk eerst een woningvormingsvergunning aanvragen alvorens een omgevingsvergunning te kunnen aanvragen?
  14. Is het college het eens dat het opnemen van een splitsingsverbod in een paraplu bestemmingsplan in één keer helderheid verschaft aan eigenaren en burgers?

Peter Bos
Haagse Stadspartij

Schriftelijke vragen: Uitwassen kamerverhuur
Indiener: Peter Bos

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

In de hele stad worden steeds meer woningen omgezet in onzelfstandige eenheden of omgebouwd voor kamerverhuur. Dit gebeurd ook steeds meer door panden te vergroten met dakopbouwen.

Hierover stel ik overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde de volgende schriftelijke vragen:Tussen de vragen kan de vragensteller nog nadere tekst invoegen. Deze mag de mening van de partij weergeven.

In de Merwedestraat is recentelijk een omzetting van woning naar kamerverhuur verleend. Vervolgens is meteen dezelfde dag een aanvraag ingediend om een dakopbouw met nog 10 onzelfstandige woonunits te realiseren ( zie bijlage onder de vragen)

  1. Hoeveel andere panden in de Rivierenbuurt zijn de afgelopen jaren al omgezet naar kamerverhuur?
  2. In hoeveel gevallen ging het hierbij om panden met een al dan niet eerder gerealiseerde dakopbouw?
  3. Welke grens is er aan de omzetting? Wanneer is volgens het college de grens bereikt? Hoe bepaalt de gemeente of de grens bereikt is?
  4. De betreffende eigenaar van Merwedestraat 11 heeft direct de dag na het ontvangen van de omzettingsvergunning een aanvraag ingediend voor een dakopbouw met 10 te verhuren kamers erin. Klopt dat?
  5. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat dit een ongewenste ontwikkeling is?
  6. Is het college het met de Haagse Stadspartij eens dat deze manier van werken ingaat tegen de bedoeling van de regels rondom dakopbouwen? En dus ook de omwonenden een verkeerde indruk geven?
  7. Welke mogelijkheden heeft het college om deze ‘salamitactiek’, waarbij steeds per klein stapje een aanvraag wordt ingediend, een halt toe te roepen?
    De eigenaar van de Merwedestraat 11 meldt in een groot artikel in het tijdschrift Vastgoedwereld dat hij vooral actief is in de short stay sector. ( zie bijlage onder de vragen)
  8. Kan het college toelichten wanneer er sprake is van kamerverhuur en wanneer er sprake is van short stay?
  9. Hoe controleert de gemeente dat?
  10. In het artikel wordt vermeldt dat de gemeente stuurt op het transformeren van winkels, garages en kantoren naar shortstay verhuur. Klopt dat? Zo ja, kan het college aangeven in welke beleidsstukken dit beleid is vastgelegd?

Peter Bos
Haagse Stadspartij

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.