Bij ruim helft gewelddadige gezinnen gaat mishandeling ook na melding door

Afgelopen donderdag bracht het Verwey Jonker instituut het Rapport een “Kwestie van lange adem” uit. Weer een bevestiging dat het kraakt en schuurt in de Nederlandse aanpak van Huiselijk Geweld. Kindermishandeling is een complex en hardnekkig probleem. Zo blijkt ook dat bij ruim de helft van gewelddadige gezinnen gaat mishandeling ook na melding door, ondanks de “veiligheidsafspraken” die vrouwen gedwongen worden te maken anders krijgen zij geen hulp. Circa 3% van de Nederlandse kinderen groeit op in onveilige gezinssituaties, dat zijn er in Den Haag alleen al zo’n 3500. Het is overbodig te zeggen dat dit grote gevolgen heeft voor kinderen fysiek en mentaal. De fractie van de Haagse Stadspartij stelt schriftelijke vragen over de stand van zaken over meldingen en geweld tegen vrouwen in Den Haag.

Raadslid Fatima Faid die hierover schriftelijke vragen stelt zegt hierover: “Het uitblijven van gendersensitief beleid uit zich weer in schrijnende praktijken. Zo wordt er gebruik gemaakt van zogenoemde ‘veiligheidsafspraken’ die tasten aan het zelfbeschikkingsrecht van vrouwen om hun gewelddadige partner te verlaten.”

De veiligheidsafspraken bedoeld om er samen uit te komen gaan voorbij aan het doel, namelijk vrouwen en kinderen veiligheid bieden. Het verdrag van Istanbul stelt eisen aan de aanpak van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. Dit verdrag is ook door Nederland ondertekend en trad in werking op 1 maart 2016. Het verdrag van Istanbul eist dat Nederland en dus ook in Den Haag genderspecifieke hulpverlening organiseert. De motie van de Haagse Stadspartij om een pilot te starten en femicide te onderzoeken in Den Haag is aangenomen. Een goed signaal dat we in Den Haag werk gaan maken om geweld tegen vrouwen inzichtelijk te maken en tegen te gaan.

Schriftelijke vragen: Geweld na aanmelding

Indiener: Fatima Faid, Haagse Stadspartij

Datum: 12-11-2020

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 12 november jl. verscheen het artikel “Bij ruim helft gewelddadige gezinnen gaat mishandeling ook na melding door”. In het artikel staat dat “In meer dan de helft van de gezinnen waarin sprake is van kindermishandeling of partnergeweld gaat het geweld door na een melding bij Veilig Thuis. In de gezinnen is anderhalf jaar na de melding nog sprake van ernstig of veelvuldig geweld.” Het constituerende geweld heeft grote gevolgen voor kinderen en vrouwen. 

Overeenkomstig art. 30 van het Reglement van orde stelt raadslid Fatima Faid van de Haagse Stadspartij de volgende vragen:

  1. Wanneer is er sprake van een melding bij Veilig Thuis Haaglanden?
  2. Hoeveel meldingen heeft Veilig Thuis Haaglanden ontvangen in 2020?
  3. Hoeveel meldingen heeft Veilig Thuis opgepakt? 
  4. Wat zijn de verschillende interventiemethodes bij gezinnen waar sprake is van partnergeweld en/of kindermishandeling? 
  5. Hoe vaak is er sprake van voortzetting van mishandeling na een melding bij Veilig Thuis Haaglanden? 
  6. Hoeveel vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld zijn in beeld bij Veilig Thuis Haaglanden?
  7. Klopt het dat Veilig Thuis Haaglanden wanneer er sprake is van partnergeweld eerst een gesprek voert met beide partners (conform het genderneutraal beleid) om het risico op geweld te bepalen?
  8. Hoe wordt het effect van deze gesprekken gemeten?
  9. Op basis waarvan wordt de conclusie getrokken dat het de goede kant opgaat met de aanpak op huiselijk geweld?
  10. Hoeveel vrouwen en kinderen raken uit beeld na afloop van deze gesprekken?
  11. Klopt het dat Veilig Thuis Haaglanden inzake partnergeweld altijd eerst probeert te bemiddelen tussen partners om via “veiligheidsafspraken” het geweld te laten stoppen?
  12. Waar bestaan deze veiligheidsafspraken uit?
  13. Hoe wordt na het maken van deze veiligheidsafspraken de veiligheid van de slachtoffers gemonitord?
  14. Is het College ermee bekend dat in de praktijk bovenstaande werkwijze kan betekenen, dat wanneer een slachtoffer van geweld de relatie met de dader wilt stoppen, Veilig Thuis Haaglanden volgens hun procedure nog altijd eerst gaan bemiddelen, en dus geen gehoor geven aan de wens van het slachtoffer -die geen relatie meer wilt met de dader- door opvang te verlenen, aangezien dit de enige realistische manier is waarop het geweld zal stoppen?  

 

  1. Is het College ermee bekend dat in de praktijk deze werkwijze ook kan betekenen, dat wanneer een slachtoffer van geweld is gevlucht van huis om zelf een einde aan het geweld te maken en ze vervolgens op straat staat, ze pas voor opvang in aanmerking komt nadat Veilig Thuis toch weer kijkt of er bemiddeling mogelijk is, en er “veiligheidsafspraken” gemaakt kunnen worden met de dader, en daarmee feitelijk geen verdere hulp zal verlenen tenzij de vrouw weer terug gaat naar de situatie van huiselijk geweld? 
  2. Is het College ermee bekend dat in de praktijk vrouwen die zelf vluchten voor huiselijk geweld en vervolgens op straat staan en niet meer terug willen naar huis, Veilig Thuis beoordeelt dat de vrouwen inmiddels veilig zijn, maar dat ze nu een huisvestingsprobleem hebben (ze hebben immers zelf “gekozen” om uit huis te gaan zonder “toestemming” van Veilig Thuis) en Veilig Thuis daar niet bij kan helpen? Met andere woorden, dat de causaliteit tussen huiselijk geweld en dakloosheid ontkend wordt?
  3. Wat vindt het College van het beleid dat er na melding bij Veilig Thuis en nadat de hulpverlening op gang komt, er in principe geen opvang verleend wordt tenzij er opnieuw geweld plaatsvindt maar dan dit keer onder het toeziend oog van Veilig Thuis (afgezien van gevallen waarin het geweld levensbedreigend is)?
  4. Wat vindt het College van het beleid van het zo lang mogelijk thuis houden van slachtoffers van huiselijk geweld, tegen de zin in van de slachtoffers?  
  5. Wat vindt het College van het beleid van het terugsturen van vrouwen naar een situatie van huiselijk geweld om dakloosheid tegen te gaan?
  6. Vindt het College dat de veiligheid en emancipatie van slachtoffers van huiselijk geweld ondergeschikt is aan het wegnemen van de druk op opvangvoorzieningen van de gemeente door mensen zoveel mogelijk thuis te laten wonen?
  7. In het rapport Kwestie van een lange adem van het Verwey Jonker Instituut wordt gesteld dat er geen gendersensitief beleid is? Begrijpt het College dat dit hinderend werkt op de bestrijding van het probleem van huiselijk geweld, aangezien de overgrote meerderheid van de slachtoffers vrouwen zijn? En begrijpt het College dat dit haaks staat op de richtlijnen voor slachtoffers van huiselijk geweld, zoals afgesproken is in het Istanbul Verdrag?
  8. Verder, zijn de lokale veiligheidsplannen afgestemd aan de sociaal-culturele context van gezinnen? Hoe wordt dat ingevuld?
  9. Klopt het dat Veilig Thuis Haaglanden gebruik maakt van cookies om bezoekersaantallen te monitoren? Zo ja, hoeveel bezoekers heeft Veilig Thuis Haaglanden de eerste 3 kwartalen gehad t.o.v. de eerste 9 maanden van 2019. 
  10. Is het College en de directie van Veilig Thuis Haaglanden bekend met de veiligheidsrisico’s die het gebruik van cookies met zich mee brengt?
  11. Is het College bekend met het advies om dergelijke websites in de geheime stand, ook wel prive navigeren of incognito modus genoemd te bezoeken? Dit om het opslaan van gegevens te voorkomen.
  12. Is het college bekend met het feit dat dit advies niet goed zichtbaar is op de website van Veilig Thuis Haaglanden?
  13. Is het college bekend met onveilige situaties die kunnen ontstaan door het gebruik van cookies?
  14. Is het College bekend met het feit dat informatiefolders van Veilig Thuis Haaglanden moeten gedownload worden en dus worden opgeslagen op de computer of telefoon waar de website mee wordt bezocht. Begrijpt het College dat dit onveilige situaties kan opleveren?

 

Fatima Faid 

Haagse Stadspartij

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.