De Haagse Stadspartij, SP en Partij voor de Dieren zijn onthutst over de vergunning die het college heeft verleend voor het realiseren van short-stay appartementen in een kantoorpand aan de Waldeck Pyrmontkade. Volgens de raadsleden Bos (HSP), Arp, (SP) en Barker (PvdD) is er van alles misgegaan. In schriftelijke vragen hebben zij het college om opheldering gevraagd.

Zo ontbreekt volgens hen de benodigde sloopvergunning, is geen rekening gehouden met het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Zeeheldenkwartier, is deze kantoortransformatie in strijd met gemeentelijk beleid, is short stay op deze plek niet toegestaan, is ten onrechte gebruik gemaakt van de kruimelregeling en heeft geen inspraak plaats gevonden. Ook vinden de drie raadsleden dat het plan geen recht doet aan de grote woningnood en andere noden in de stad.

Het pand is enige weken geleden gekraakt uit protest tegen het tekort aan betaalbare woningen in de stad.​

Update: Ondanks dat de vragen nog niet zijn beantwoord heeft de rechter uitspraak gedaan en moet het pand spijtig genoeg nu al ontruimd worden.

Schriftelijke vragen: Bouwplan Waldeck Pyrmontkade 872
Indieners: Peter Bos, Lesley Arp, Robert Barker

Datum: 20 mei 2020
Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

Op 31 januari 2020 heeft het college van B&W een omgevingsvergunning verstrekt voor het veranderen en vergroten van het kantoorgebouw Waldeck Pyrmontkade 872 tot kantoor en 30 short-stay appartementen en een bijbehorende gym.

Hierover stellen wij overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde de volgende schriftelijke vragen: Tussen de vragen kan de vragensteller nog nadere tekst invoegen. Deze mag de mening van de partij weergeven.

  1. Is het juist dat het bouwplan is gelegen in het gemeentelijk beschermd stadsgezicht Zeeheldenkwartier? Zo nee, waarom niet?
  2. Blijkens het bouwplan zullen er sloopwerkzaamheden plaatsvinden, is een sloopmelding gedaan en gaat de gevel en de bouwhoogte aangepast worden. Volgens Artikel 5:4, lid 1 van de Monumentenverordening Den Haag 2019 is het verboden om in een beschermd gemeentelijk stadsgezicht zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een bouwwerk geheel of gedeeltelijk te slopen. Is het juist dat deze sloopvergunning nog niet is aangevraagd? Zo ja, waarom niet?
  3. Volgens Artikel 2.2 lid 1 van de Wabo geldt het volgende:
    “Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om: c. een bouwwerk te slopen in een krachtens een zodanige verordening aangewezen stads- of dorpsgezicht, geldt een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.” Is dit juist? Zo nee, waarom niet?
  4. Is het juist dat in dit geval een sloopmelding op grond van het Bouwbesluit niet volstaat, maar een sloopvergunning op grond van de Monumentenverordening en de Wabo nodig is? Zo nee, waarom niet?
  5. Volgens art. 5:4 lid 3 van de Monumentenverordening dient een aanvraag voor een sloopvergunning voor advies voorgelegd te worden aan de welstands- en monumentencommissie. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?
  6. Is het juist dat de welstands- en monumentencommissie nog geen advies heeft uitgebracht over de sloopvergunning? Zo nee, waarom niet?
  7. Volgens artikel 6:1 van de Monumentenverordening wordt degene die handelt in strijd met artikel 5:4 gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Daarnaast is overtreding van artikel 2.2 van de Wabo een economisch delict? Is dit juist? Zo nee, waarom niet?
  8. Artikel 2.33, lid 2 van de Wabo stelt:
    “Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken, voor zover: g. deze betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening;”
    Is het juist dat het college de omgevingsvergunning kan intrekken, omdat volgens de Monumentenverordening een sloopvergunning is vereist en deze niet is verleend? Zo nee, waarom niet? En zo ja, is het college bereid om de vergunning in te trekken?
  9. Het bestemmingsplan ‘Zeeheldenkwartier’ geeft ter plaatse van het bouwplan de bestemming ‘Kantoor’ aan. De omgevingsvergunning is verleend voor de functie van short-stay. Op grond van het stemmingsplan’Zeeheldenkwartier’ is het niet mogelijk deze afwijking toe te staan. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?
  10. Het college stelt dat het afwijken van het bestemmingsplan mogelijk is via de kruimelregeling zoals opgenomen in artikel 4, lid 1 en 9 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Lid 9 van dit artikel stelt als eis: “het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten”. Volgens het bouwplan is echter sprake van een hoger bouwvolume, extra balkons etc. Dit betekent dat de omgevingsvergunning niet via de kruimelregeling verleend had mogen worden. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?
  11. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft de afwijking van het bestemmingsplan geaccordeerd zonder dat inspraak of communicatie met de buurt en de buurtorganisatie heeft plaatsgevonden. De gemeenteraad heeft op 29 juni 2017 de motie “Vooraf betrekken van bewoners bij afwijkingsprocedures” (RIS297322) aangenomen. Wat heeft het college ondernomen om de in de afdoening van de motie beloofde stappen mbt inspraak en communicatie te zetten bij dit bouwplan?
  12. Zijn er bezwaarschriften ingediend tegen de verleende omgevingsvergunning? Zo nee, heeft het ontbreken van inspraak en communicatie daarbij een rol gespeeld?
  13. In de omgevingsvergunning wordt verwezen naar de Kantorenstrategie. Deze is door de gemeenteraad vastgesteld op 20 december 2018. De Kantorenstrategie (RIS 300807) stelt dat er met initiatieven voor kantoortransformaties van meer dan 1500m2 bvo terughoudend moet worden omgegaan. Het gaat hier om het transformeren van ongeveer 2500 m2 kantoor. Wel dienen bestaande transformatieplannen voor de duur van 3 jaar gerespecteerd te worden vanaf datum vaststelling strategie (zie bijlage II van de Kantorenstrategie). In de Kantorenstrategie staat:
    “Het terughoudende transformatiebeleid geldt niet voor alle transformatieplannen. De transformatieplannen waarmee met een nota van uitgangspunten of recentelijke positieve HIT-uitspraak is ingestemd en plannen die in vergunningsprocedure zitten kunnen – uitzonderingen daargelaten – doorgang vinden. Het gaat hierbij om ca. 500.000 m2 (zie bijlage II).”
    In deze bijlage is het plan voor transformatie van het kantoorpand Waldeck Pyrmontkade 872 niet opgenomen. Is dit juist? Zo nee, waarom niet? En zo ja, waarom is het niet in de bijlage opgenomen?
  14. Het pand is in november 2017 in het HIT geweest en de onttrekking van de kantoorfunctie werd destijds akkoord bevonden. Van welke datum is het HIT-advies en kan het advies naar de raad?
  15. Volgens een publicatie op internet was destijds sprake van transformatie naar 28 woningen en niet naar short-stay. Ook was sprake van andere eigenaren dan nu. Zie: https://www.070vastgoed.nl/projecten/waldeck-pyrmontkade-872-den-haag. Is het juist dat in november 2017 bij de advisering door het HIT nog sprake was van transformatie naar woningen en niet naar short stay? Zo nee, waarom niet?
  16. Volgens de verleende omgevingsvergunning is er verder gegaan met een beginselaanvraag en daar was het onttrekken van de kantoorfunctie ook geen belemmering, mede vanwege het al lopende initiatief dat in het HIT was geweest. Van welke datum is deze beginselaanvraag en waar is deze te vinden?
  17. En is het juist dat deze beginselaanvraag afweek van het initiatief dat in het HIT was geweest? Zo nee, waarom niet?
  18. Volgens de verleende omgevingsvergunning staat het pand niet specifiek benoemd in de lijst met uitzonderingen, maar in de Kantorenstrategie wordt ook gesteld dat er in dat overzicht een aantal transformaties ontbreken waarbij wel een positieve HIT uitspraak was of is ingetrokken vanwege voortschrijdend inzicht en gewijzigd beleid die bepaalde transformatie niet meer mogelijk maakt (bijvoorbeeld parkeerbeleid). Is het juist dat de positieve HIT uitspraak voor dit pand was of is ingetrokken? Zo ja, waarom en zo nee, waarom niet?
  19. Volgens de verleende omgevingsvergunning valt dit pand wel onder de uitzonderingen op het huidige kantorenbeleid omdat de overwegingen voor deze maatregel is dat marktpartijen zekerheid wordt geboden voor bestaande transformatieplannen en voor de korte termijn nog een behoorlijke bijdrage wordt geleverd aan de woningbouwopgave en huisvesting van andere functies. Het bieden van zekerheid aan marktpartijen is echter geen uitzonderingsgrond volgens de Kantorenstrategie. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?
  20. Short stay wordt door de gemeente gezien als logies en niet als wonen. Het voor de korte termijn nog een behoorlijke bijdrage leveren aan de woningbouwopgave is derhalve niet aan de orde en is net als huisvesting van andere functies geen uitzonderingsgrond volgens de Kantorenstrategie. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?
  21. Is het college met ons van mening dat de omgevingsvergunning in strijd met de Kantorenstrategie is verleend en voor dit plan geen uitzondering gemaakt had mogen worden? Zo nee, waarom niet?
  22. Short stay wordt door de gemeente gezien als logies en niet als wonen. Het plan is daarom getoetst aan het beleid en regelgeving die van toepassing zijn op logies. Voor logies geldt als toetsingskader de Hotelstrategie Den Haag (RIS260889). Daarin wordt gesteld dat er zeer terughoudend wordt omgegaan met logies buiten de speerpuntgebieden Binnenstad, Scheveningen of rond de stations Hollands Spoor en CS. Voor de overige plekken in de stad (inclusief de Internationale Zone) geldt het ‘nee, tenzij principe’. Is het juist dat voor de Waldeck Pyrmontkade het nee, tenzij principe geldt? Zo nee, waarom niet?
  23. De gemeente zal in deze gebieden geen medewerking verlenen aan noodzakelijke bestemmingswijzigingen, tenzij een initiatief aantoonbaar een toegevoegde waarde geeft aan de economie van de stad. Is met dit plan aangetoond dat sprake is van een toegevoegde waarde aan de economie van de stad? Zo ja, hoe is dat aangetoond, hoe groot is deze toevoeging en om welke economische activiteit gaat het?
  24. Is het college met ons van mening dat de omgevingsvergunning in strijd met de Hotelstrategie is verleend? Zo nee, waarom niet?
  25. Is het college met ons van mening dat de vergunning niet verleend had mogen worden en deze ingetrokken moet worden? Zo nee, waarom niet?
  26. In het coalitieakkoord is het volgende vastgelegd: “We gaan uit van een jaarlijkse woningproductie van 4.000 woningen of meer per jaar.” Deze ambitie wordt al jaren niet gehaald. Ook is sprake van een groot tekort aan betaalbare en middeldure woningen. Waarom heeft het college bij deze locatie niet ingezet en vastgehouden aan woningbouw?
  27. Volgens de omgevingsvergunning is gebleken dat de initiatienemers gebruik willen gaan maken van een bodemenergiesysteem. Dit betekent dat hiervoor nog mogelijk de volgende vergunningen en/of melding bij het juiste overheidsloket dient plaat te vinden:

– aanvraag Waterwet;
– melding in het kader van het Besluit lozen buiten inrichtingen;
– het Activiteitenbesluit milieubeheer.

Is dit inmiddels gebeurd? Zo nee, waarom niet?

 

Peter Bos                     Lesley Arp             Robert Barker
Haagse Stadspartij    SP                           Partij voor de Dieren

 

 

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.