Raadslid Peter Bos en fractievertegenwoordiger Tim de Boer van de Haagse Stadspartij zijn opnieuw diep in de wereld van de Haagse nachtontheffingen gedoken. Dit naar aanleiding van artikelen in de NRC en de website Gemeente.nu over zalencentrum De Opera en andere nachthoreca. Peter Bos: “De gang van zaken rond het verlenen van nachtontheffingen voor de horeca vind ik schimmig en onacceptabel. Zo worden omwonenden niet betrokken bij de besluitvorming en zijn de besluiten vaak nergens te vinden.” In een serie schriftelijke vragen wordt door de Haagse Stadspartij om opheldering gevraagd bij het college.

Tim de Boer: “De voorwaarden om een horecavergunning en een nachtontheffing te krijgen zijn erg onduidelijk en moeilijk te vinden. De strenge Bibobtoets om te voorkomen dat criminelen en dubieuze ondernemers vergunningen en ontheffingen bemachtigen lijkt een wassen neus.”

De kwestie nachtontheffingen is al geruime tijd een issue in Den Haag sinds er vorig jaar ontheffingen werden verleend aan zalencentrum De Opera, een bekende donateur van Groep de Mos. Het leidde zelfs tot ingrijpen van justitie en uiteindelijk tot de val van het college van B&W en het aftreden van twee wethouders van Groep de Mos. Volgens de NRC is in deze kwestie zelfs sprake van “verwevenheid met de illegale gokwereld”. Ook meldde deze krant dat er opnieuw een inval is geweest van de autoriteiten bij De Opera, ditmaal vanwege een illegale shisha lounge die zich in het pand zou bevinden.

Een van de meest opmerkelijke zaken die in het onderzoek van Bos en de Boer naar boven is gekomen is dat de twee rechtspersonen van De Opera die de nachtontheffingen hebben bemachtigd geen omzet draaien volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel.

Hieronder de schriftelijke vragen:
Schriftelijke vragen: Horeca vergunningen
Indiener: Peter Bos

Datum: 9 januari 2019

Aan de voorzitter van de gemeenteraad,

N.a.v. een aantal artikelen in de media over de gang van zaken rond verleende horecavergunningen in Den Haag stel ik overeenkomstig artikel 30 van het Reglement van orde de volgende schriftelijke vragen:

1. Is het college bekend met de publicaties “Nachtvergunningen achter de schermen geregeld in Den Haag” d.d. 12 december 2019 van Gemeente.nu (zie bijlage 1) en “Nachtvergunning? Regel ik voor je” d.d. 13 december 2019 van het NRC (zie bijlage 2)?

2. Zijn alle in het artikel van Gemeente.nu genoemde nachtvergunningen terecht en op de juiste gronden verleend? Zo nee, waarom niet?

3. Binnen de uitgaanskernen gelden ruime openingstijden en is geen nachtontheffing verplicht om lang open te blijven. Daarbuiten kan de burgemeester volgens artikel 2.29 van de APV voor een categorie 2 horeca-inrichting, waarvan de ondernemer ten genoegen van de burgemeester heeft aangetoond, dat de exploitatie van die horeca-inrichting geen nadelige invloed heeft op de openbare orde of op het woon- of leefklimaat in de naaste omgeving van die horeca-inrichting, een nachtontheffing verlenen. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

4. Aan welke eisen wordt nog meer getoetst bij het behandelen van aanvragen van nachtontheffingen?

5. Zijn deze eisen in de APV of andere wettelijke regelingen te vinden? Zo ja, waar? En zo nee, waarom niet?

6. Volgens het artikel van Gemeente.nu zijn er in 2018 en 2019 in totaal niet vijf, maar 15 nachtontheffingen verleend. Is dit juist? Zo nee, waarom niet?

7. Kan het college aangeven welke nachtontheffingen voor welke locaties er in 2018 en 2019 zijn verleend?

8. Kan het college aangeven op welke wijze de aanvragen en verleningen van deze nachtontheffingen bekend zijn gemaakt en gepubliceerd?

9. Volgens het burgemeestersbesluit om vijf nachtontheffingen mogelijk te maken worden op grond van het horecabeleid in beginsel geen nieuwe nachtontheffingen verstrekt. Kan het college aangeven wanneer, met welk beleidsstuk en in welke bewoordingen is besloten dat in beginsel geen nieuwe nachtontheffingen worden versterkt?

10. Kan het college van alle in vraag 7 gevraagde nachtontheffingen (buiten de vijf nachtontheffingen voor zalencentra) motiveren waarom deze toch zijn verleend?

11. Volgens Artikel 2:28F van de APV Den Haag vervallen horecavergunningen zodra het exploiteren van de horeca-inrichting is beëindigd en op een volledige aanvraag om een nieuwe vergunning voor het exploiteren van dezelfde horeca-inrichting is beslist, of, indien zodanige aanvraag niet is ingediend binnen 13 weken na het beëindigen van het exploiteren van de horeca-inrichting, bij het verstrijken van deze termijn. Hoeveel en welke horecavergunningen zijn in 2018 en 2019 vervallen op grond van dit artikel?

12. Van beëindiging van het exploiteren van de horeca-inrichting is volgens de APV sprake, indien de horeca-inrichting blijkens de registers van de Kamer van Koophandel en Fabrieken niet meer voor rekening van de ondernemer, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd, danwel op grond van andere informatie blijkt, dat de horeca-inrichting niet meer voor rekening van de ondernemer, op wiens naam de vergunning is gesteld, wordt geëxploiteerd.
Hoe wordt de informatie van de Kamer van Koophandel in dit verband door het college vergaard en toegepast?

13. Wordt daarbij ook gebruik gemaakt van de bij de KvK gedeponeerde jaarrekeningen of het feit dat jaarrekeningen niet zijn ingediend? Zo nee, waarom niet?

14. Welke andere informatie wordt hierbij door het college benut?

15. Volgens het artikel in Gemeente.nu zijn er in strijd met artikel 2:28F toch horeca-exploitaties voortgezet. Zo wordt gesteld: “Zelfs na een jaar of langer zonder bedrijvigheid volgens het Handelsregister, kunnen de oude rechten weer worden afgestoft.” Kan het college deze bewering beamen? Zo nee, waarom niet?

16. In het artikel van Gemeente.nu wordt gesproken over een horeca-inrichting in de Herenstraat waarvan de oprichting alleen te vinden is in het gemeenteblad van Delft. Kan het college aangeven hoe dat kan?

17. Kan het college aangeven welke momenteel geldende horecavergunningen zijn verleend voor het adres Wagenstraat 150a en waar en wanneer deze zijn gepubliceerd? Zo nee, waarom niet?

18. In Amsterdam voorziet de gemeente in een website waarop precies terug te vinden is wie, waar en welke horecavergunning is afgegeven en onder welke voorwaarden. Dit is zeer transparant voor omwonenden en andere belanghebbenden. Zie https://www.amsterdam.nl/ondernemen/horeca/horeca-kaart/
Is het college bereid deze gegevens ook in Den Haag op deze wijze te ontsluiten? Zo nee, waarom niet?

19. In het Horecabeleid (RIS288645) dat door de raad is vastgesteld op 11 februari 2016 is in het dictum middels een amendement het volgende opgenomen:
“Veranderingen op onderwerpen als sluitingstijden (..) hebben direct impact op bewoners en andere ondernemers. Om een goede balans te houden tussen de belangen van horeca-ondernemers en van omwonenden, draagt Den Haag zorg voor het betrekken van bewoners bij veranderingen in en uitvoering van beleid.”
Hoe kan het dat bij de besluitvorming rond het verlenen van nachtontheffingen aan zalencentra de bewoners niet zijn betrokken?

20. In het NRC-artikel wordt gesproken over een brief van de politie aan de gemeente waarin de politie waarschuwt dat Atilla Akyol in 2017 verdachte was in „een groot witwas- en gokonderzoek”. Is het college op de hoogte van deze brief en waarom heeft het college hier -naar verluid- niets mee gedaan?

21. In hoeverre heeft het college de “Beleidslijn voor de toepassing van de wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur van de gemeente Den Haag” (RIS280746) gevolgd en wanneer heeft dit geleid tot een bibob-toets bij aanvragen die verband houden met De Opera en wat was daarvan de uitkomst?

22. Welke vergunningen en ontheffingen zijn sinds 2012 verleend die verband houden met De Opera?

23. In het NRC-artikel wordt gesproken over een shisa lounge, de Aza Restaurant Lounge, in het pand van De Opera. Is inderdaad sprake van een shisa lounge? En welke vergunningen zijn hiervoor afgegeven?

24. In het NRC-artikel wordt gemeld dat de gemeente „een handhavingsteam” heeft gestuurd naar de Opera. Dat team constateert volgens de NRC „dat er geopereerd wordt buiten de kaders van de afgegeven vergunning.” Is dit juist en tot welke consequenties heeft deze constatering geleid?

25. Volgens de APV en de Drank- en Horecawet moet de horecavergunning aangevraagd en gebruikt worden door de entiteit die daadwerkelijk de omzet uit horeca gaat maken. Uit de meest recente bij de KVK gedeponeerde jaarcijfers blijken de BV’s van De Opera die de nachtontheffingen hebben gekregen geen enkele omzet te maken. Hoe kan het dat het college dan toch vergunningen en nachtontheffingen heeft verleend?

26. Hoe vindt de controle op jaarcijfers bij andere zalencentra en andere horeca plaats als het gaat om het gebruik van nachtontheffingen?

Peter Bos
Haagse Stadspartij

Bijlage 1: https://www.gemeente.nu/analyse/nachtvergunningen-achter-de-schermen-in-den-haag/
Bijlage 2: https://www.nrc.nl/nieuws/2019/12/13/nachtvergunning-regel-ik-voor-je-a3983780

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.